Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
17
êiussehen een landman en een landsmhi? tusschen aartZ-
werk en aardewerk? tusschen zinloo^\^n zinneloos?
Verklaar de beteekenis der onderslaanS^^oordei»:
» huisklok en klokhuis. boomvruchten vruchïlwQm.
^ huiswerk » werkhuis. bloemscherm»schermbloem. -
V} huisschilder» schilderhuis. huisraad »raadhuis.
huisvader » vaderhuis. melkkoe »koemelk,
? wagenspoor » spoorwagen, haardvuur »vuurhaard.
De werkwoorden beginnen, vergelen en volgen worden
in den volui, tegenvv. lijd nu eens met hebben, dan weder
met zijn vervoegd. Geef daarvan voorbeelden.
Hoe dikwijls wordt er in de stad
Een zake kwalijk opgevat;
Maar zoo er kwam een handig man,
Die slimme wegen rechten kan,
Zie, dikwijls na een kleinen keer,
En vond men straks geen hinder meer.
J. Gats.
1. Wanneer wordt een zaak kwalijk opgevat?
2. Worden de zaken alleen inde sleden kwalijk opgevat?
3. Waarom zou Cats dan toch gezegd hebben
4. Wat verstaat men door een handig man?
5. Wat zijn slimme wegen?
6. Maar wat beleekent slim, als men spreekt van
slimme vossen?
2