Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
Ook aan deze?
Bedelaars zijn arme menschen.
De blinde Klaas is een arm mensch.
Dus is de blinde Klaas een bedelaar.
Hoe denkt gij over de volgende sluitrede?
Dieven .moeten gestraft worden.
De luie Govert is een dief.
Dus moet de luie Govert gestraft worden.
En wat zegt ge van deze?
Dieven moeien gestraft worden.
. Karei wordt gestraft.
Dus is Karei een dief.
Hebt gij op de volgende ook iels aan te merken?
Alle bollen zijn londe lichamen.
De ring is een lond lichaam.
Dus is de rinse een bol.
Waar schuilt de fout in de volgende sluitrede?
Het linnen wordt geweven.
Katoen is geen linnen,
«
Derhalve wordt het katoen niet ^eueven.
Is deze dan beter?
Onoplettende kinderen maken weinig vorderingen,
Oiïze Hans maakt weinig vorderingen,
Deihalve is onze Hans een onoplettend kind.
Geef de punten van overeenkomst en van verschil op
tusschen een hond en een kat.
Handel op dezelfde wijze met een stoel en eene tafel.