Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
4. Zou 't niet wenschelijk wezen, dal alle menschen
aan elkandergelijk waren in rangen in bezittingen ?
5. In welke opzichten staan alle menschen toch gelijk?
6. Wat is de Mont-Blanc?
7. Waar vindt de sneeuw gelegenheid zich op te
hoopen?
8. Watbeteekenl nude uitdrukking: Desneeuw hoopt
zich in somuïige harten op tot een kleinen Mont-
Blanc?
9. En welke menschen zijn 'l, wier harten de sneeuw
bij hare nadering ooi^enblikkelijk doen smelten?
10. Behoort het woord doen in vraag 9 niet veran-
derd le worden in doel?
Geef de verschillende beteekenissen op, die de volgende
werkwoorden kunnen hebben, en maak dal door voorbeel-
den duidelijk.
1. vorderen, 6, vieren,
ïi. teekenen. 7, uitrusten,
3. trekken. 8. betrekken,
4. uitvoeren, 9. leren,
5. beslaan. lü. aftrekken.
Kunt gij u\\e goedkeuring hechten aan de volgende
sluitrede?
Bedelaars zijn arme menschen.
De blinde Klaas is een bedelaar.
Dus is de blinde Klaas een arm lïiensch.