Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
7. Maar schilterenJ zijn eer er uit,
8. Geweld en wrok. te groot.
9. Hij stort en op zijn grafgesteenl',
10, Zoo ver liet weerzijds heugt,
11, Is de eerste Hoeksche traan geweend
12, Oui Kabeljauwsche deugd.
H. Tollens Cz.
1. Wien bedoelde de dichter in dit lied?
2. Wat verstaat gij door ovevkropl gevoel?
5. En wat is nu de kreet van U over kropt gevoel?
Wie slaakten dien kreet vokens den dichter?
4 O
5. Welke beteekenis heeft de 3de versregel?
6. Zijne eer stijgt schilierend uit hel slijk. Wai wil
dal zeggen?
7. Wie oefenden geweld uit en tegen wien koesterden
zij wrok?
8. Hadden zij daar reden toe?
9. Waarom moet de inhoud der laatste vier regels
niet letterlijk opgevat worden?
Verklaar de volgende uitdrukkingen!
1. Een helder verschiet. 10. Eene gouden eeuw.
2. Een boos opzet. 11. Een stevige maaltijd.
3. Een onbepaald vertrouwen. 12. Bijtende spot,
4. Een laai geduld. 13. Lachende velden.
5. Eene scheeve beoordeeling. 14. Een schitterend lot.
6. Een kort besluit. 15. Een sloorloos geluk.
7. Een traag versland. 16. Een eenigverschijnsel.