Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
105
4, Wat is zedelijk gewicht? En welke synoniemen heeft
't woord gewicht in deze beteekenis?
5. Wanneer wordt iets aanschouwelijk gemaakt?
6. Welke beteekenissen heeft 't woord gezag? En wat
is willekeurig gezag? Is gezag afgeleid ran zien
of Tan zeggen?
7. Ligt in verhelpen ook de beteekenis van hulp ver-
schaffen opgesloten?
8, Wat beteekent verval hier? En wal verslaat gij
door 't verval eener rivier, en door 't verval eener
dienstbode?
9, Welke beteekenissen heeft "t woord beginselen? Begir-
sels en beginselen der rekenkunde, is dat hetzelfde?
10. Bestaat er ook onbaatzuchtige en edele eerzucht?
11. Welk woord is bescheiden hier? Kan het ook werkw.
bijv. naamw. of hijwoord zgn? Toon dat aan.
12. Wanneer gebruikt men meer, wanneer meerder?
13. Welke synoniemen heeft bijzetten? Kan bijzetten
ook iets anders beteekenen?
Verklaar de volgende uitdrukkingen en breng ze in
goede zinnen te pas.
1. Onschuldige vermaken. 6. Een gevallen besluit.
2. Een onbuigzame wil. 7. Eene vaste hand.
3. De uitdrukkelyke wil. 8. Een edele toorn.
4. Een blind vertrouwen. 9. Eene ijdele poging.
5. Blinde luiken. 10. Een ijdel mensch.