Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
114
Vorm zinnen, waarin de woorden inkomen, voorkomen
en onderkomen eerst ais werkwoorden, en daarna als zelfst.
naamw, gebruikt worden.^
Wanneer zegt men, dal iemand in oprechtheid wandelt,
dat zgne pogingen schipbreuk lijden, dat zgn vlieger
opgaat, dat hg zijne fortuin met voeten schopt^ dat hg
een slaaf is van zgne hartstochten, dat hij een vreemdeling
is in zijn eigen huis, dat het ongeluk hem vervolgt?
Jan heeft zijn appetgt verloren arme Jan
Die voor tieii eten kon 't nu niet voor een en kan
Verloren appetgt zoo iemand u vindt leggen
Die arm is ik moet zeggen
't Is een verloren man
C. HuiJGE.Nti.
1. Plaats in dit puntdicht de teekens.
2. Kent gg de afleiding van het woord appetijt?
3. In hoevele beteekenissen komt 't woord Der/ore»
hier voor?
4. Hebt gij ook eene taalfout opgemerkt?
Welk woord is zoo in de volgende zinnen?
1. Zoo moet gg die vraag niet beantwoorden.
2. Zoo mgn vader komen kan, zal hij u daarvan ken-
nisgeven.