Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
1. barsch. 2. frisch. 5. vriendelijk. 4. mooi. 5. beleefd.
B. getrouw. 7. wijs. 8. irotsch. 9. ernstig. 10. duidelijk.
Welk verschil in beteekenis bestaat er tusschen de
volgende woorden?
grootte — grootheid,
hoogte — hoogheid,
laagte — laagheid.
Wat hebt gij op hel volgende aan te merken?
!. Hel is verbodenom niet metsneeuwballen te gooien.
2. Vloeken! neen, dat wil ik nooit niet doen.
3. Ik heb er niels geen berouw over.
4. Gerrit had op de kermis slechts maar 5 centen in
zyn zak.
5. Wie kan my beletten, dat ik mijnecenten niet ver-
snoep?
6. Niemand kan verhinderen, dat de rivierdijken
niet doorbreken.
Zeg eens, wat in de volgende zinnen de cursief ge-
drukte ^voorden beteekenen:
]. Weer zinkt de dagtoorts neder.
2. Het nachtfloers bedekte de aarde.
3. Levens lente duurt zoo kort.
4. Hij is een man in den winter zijns levens.
5. Daar komt de hiel, met goud belaan.