Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
113
een »knap man" — dikwerf zeide men: »liij heeft er
zich knap doorheen geslagen." —
Lublink Weddik, Over »Knappe menschen."
1. Welke beteekenis heeft hier 't woord term?
2. En wat is nu een algemeene term?
3. Wat is eene veiligheidsklep? En hoe komt dat
woord hier te pas?
4. Van welk woord is behendig afgeleid? Wat betee-
kent het?
5. Wat verstaat men door streek in schurkenstreek?
En in landstreek?
6. Iemand oplichten, — wat is dat?
7. Wanneer zegt men dat het iemand naar den vlee-
sche gaat?
8. In welken naamval slaat hier 't woord vleesch?
Kent gij meer dergelijke uitdrukkingen?
9. Wanneer gebruikt men het voegwoord dus?
10. Is elk, die vrienden heeft, ook in het bezit van
een wijnkelder?
11. Wat zou de schrijver daar dan meè bedoelen?
12. Wanneer zegt men, dat iemand eene goede, beste
ia fel heeft? '
13. Welke figuur is hier gebruikt?
14. Wanneer helpt men anderen voort?
15. Wat beteekent de uitdrukking: in den brand zitten?
16. Waarom staat 't woord noemde hier tusschen aan-
dachtsteekens?
17. Hij heejt er zich knap doorheen geslagen. Wat
wil dat zeggen?
8