Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
105
naamw. aan, breng die in 't meerTOud, en toeg er bij
in welken naamval ze slaan.
Gelijk zoo dacht ik weêr deez' dag in niet verdween
Dus snellen jaar of) jaar en eeuw bij eeuwen heen
Als in een peilloos graf met al hun glans bedolven
Geslachten rezen en verzonken als de golven
Des Oceaans de wind speelt met hun stof 't gebeenl'
Der vad'ren zoek geraakt met heel hun grafgesteent'
Is voor des naneefs voet een speelhal stilte en duister
Vervangen praal en pracht bedekken vroegren luister
Waar eens een trotsche stad met haar paleizen stond
En eenzaam ruischt het koeltje in gindsche korenhalmen
Waar vroeger drok gewoel de straten deed weergalmen.
Lülofs.
Plaats in bovenstaand fragment de teekens en ver-
klaar de aangewezen woorden en uitdrukkingen.
Merkt gij ook iets eigenaardigs op in de volgende woor-
den, als gg daarbij op hunne beteekenis let, en ze hardop
uitspreekt ?
Schreeuwen, krijschen, bulderen, donderen, knarsen,
■verpletteren, da veren, barsten, dwarrelen, gi«ren, vermoor-
den, rammelen, ratelen, persen, heks, fielt, — vloeien,
vlieten, zoet, lief, weenen, moe, duifje, lammetje,
bloempje, zoet, wiegelen.