Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
Een hooge afkomst.
Een lage daad.
Een grijnzende lach.
110
Een gluipende blik.
Het stoffelijk overschot.
Een gemaakte lach.
Geef het onderscheid op tusschen:
domheid en onkunde. heerschen en besturen.
versland » wgsheid. misslag » misdaad.
hooren » verstaan. vrees > )> angst.
meenen » gelooven. hopen » verwachten.
achting » eerbied. hooren » luisteren.
levend »'levendig. zorg )) verdriet.
loopen » gaan. foppen » bedriegen.
zien » beschouwen, voelen » tasten.
dragen » torschen. fort » vesting.
stok » slaaf. dicht »gesloten.
dampkring » lucht. plotseling » onverwacht.
laster en kwaadsprekendheid.
eigenliefde » eigenwaarde,
bijgeloovigheid » lichtgeloovigheid.
Staat gij naar beter staat? Hoe? wilt gij zijn verheven
Tot hooger, die in 't laag u zoo te buiten gnat?
Sta af dan van uw doen, 't welk in niets goed bestaat;
Sta laatst naar beter staat, sta eerst naar beter leven.
H. Bru.\O.
Breng bovenstaande verzen in proza over, wijs de zelfst.