Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
109
Met zgn vuilen, valen tulband ea zgn Yerkleurde Aa/ton,
die alle nuances van groen vertoonde, zat hij in den hoek
van den waggon. Onbewegelijk zat hij daar, in eene hou-
ding zoo bevallig en waardig, dat men zijn versleten klee-
ding vergat. Zijn hoog gewelfd voorhoofd, zgn prachtige
baard, zijne dunne, gesloten lippen, zijn groot, donker
oog, dat zoo doordringend maar kalm rustte op zijne mede-
reizigers, zijne slanke gestalte, zijne gre6ronst/e gelaatskleur,
alles was schoon. Niemand hield de waarde van menschen
zoo goed op als hij.
G. Kelleb, En paijs de connaissance.
Verklaar de cursief gedrukte woorden en wijs de
bijv. nw. en bijwoorden aan.
1. Het bloed sprong hem uit neus en ooren.
2. Het lid van de kan viel hem op den neus.
3. Die onvoorzichtigheid kwam hem duur te staan.
4. Wat hij ook deed, alles liep hem tegen.
5. Hem, die zijne ouders veracht, kan het niet wel gaan.
6. Wel hem, die zijne ouders eert en lief heeft.
7. Lachende kwam zijn zoontje hem te gemoet.
In welken naamval slaat't woord Aem in bovenstaande
zinnen? Ontleed den zin.
Geef eene verklaring van de volgende uitdrukkingen.
Een beproeld vriend. Een fleemende groet.
Gespannen aandacht. Een onheilspellende blik.