Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
Tol welke soorten van woorden behooren de cursief ge-
drukte? Beproef dit puntdicht in proza over te brengen.
Kent gij de afleiding van 't woord juisO
Welk woord is juist in de volgende zinnen?
1. Hy kwam juist van pas aan.
2. Geef een juist en vaardig antwoord op die vraag.
.5. Werd de man, die daar voorbijgaat, niet van dief-
stal beschuldigd? Ja, juist.
Heeft het woord juist ook trappen van vergelijking?
Hoe komen wij aan 't woord juistement, dat men in
de volkstaal weieens hoort noemen?
Verklaar de volgende uitdrukkingen.
1. Machtelooze golven. 7. Het dagelijksch leven.
2. Machtelooze woede. 8. Een opgeblazen voorkomen.
3. Een vriendelijk plaatsje. 9. Een kwynende oorlog.
4. Een gebrekkige wet. 10, De hoogere kringen.
5. Een verloren oogenblik, 11, Een ruim geweten,
6. Een gevallen grootheid. 12. Een onbepaald vertrouwen.
Wanneer zegt men, dat iemand met zijn verleden ge-
broken heeft? En wanneer legt men daarmede een gun-
stig, wanneer een ongunstig getuigenis van zoo iemand af?
Geefeene korte verklaring van de volgende spreekwoorden.