Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
lOü
Wuitsteekenste persoon: en zoud deez' gulden bandt.
Die niet daa Graaflijk hair gewoon is te verschuilen,
Met meenigh koninks kroon nood' hebben willen ruilen.
Vondel, Alleenspraak van Graaf
Floris, uit het Treurspel Geraardt
van Velzen,
Verklaar de cursief gedrukte woorden,
In welken naamval staan de zelfst. naamw, val, Pries-
lerdoms, Heeren, maght, scharen, lijfwacht, dienaren,
Vorslf persoon, hair en kroonl
Welke beteekenis heeft "^t woord weer in de volgen-
de samengestelde woorden?
Weerbaar, weergalm, weerglas, weerhaak, weerkaatsen,
weerkunde, weerlicht, weerloosheid, weerpgn, weerpro-
feet, weerschijn, weerslag, weerstuit, weerwijzer, weerzin.
1. Dit knaapje hier heeft den eersten prijs verdiend.
2. Die man daar is de weldoener zijner stad.
3. Dat dorpje ginds ligt onder 't geboomte verscholen.
Tot welke soort van woorden behooren in deze 5
zinnen hier, daar en gindst Ontleed deze zinnen.
'k Sie dat w'o«s meestendeelheVXsigen van boden;
Als die geern ons verbod, en nood doen ons' geboden,
Maer, dus vertroost ick mg, siet, segh ik, op en neer.
Wie wordt er qualicker gedient als God de Heer?
G. Huigei>s,