Boekgegevens
Titel: Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Deel: Eerste stukje
Auteur: Dekker, Dirk
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp, Van de Grampel & Bakker, 1877
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 239 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205148
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verstaat gij ook, wat gij leest?: vragen en oefeningen op het gebied der Nederlandsche taal, ten behoeve van de verstgevorderde leerlingen eener lagere school, en van kweekelingen en hulponderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
99
nomen door een »troep." Moe vras ze, en ze had hon-
ger en geen cent meer in haar portemonnaye. Reeds had
men haar in het kleine logement, waar ze een zolderka-
mertje betrok, meer dan eens om betaling gemaand, en
zij kon hare rekening niet voldoen; evenmin kon zij eene
plaats op den spoortrein betalen, om te beproeven of ze
in eene andere stad met haar versleten guitaar en haar
even versleten slem wat verdienen, of op andere wijze
aan den kost komen kon,
A. [si.v:.
1. Wijs in het bovenstaande de bijv. naamw., bijwoor-
den en voegwoorden aan.
2. Waarom zijn de woorden getiktak en troep tus-
schen » " geplaatst?
3. Wat zijn open iafelsl
4. Breng de werkw. manen^ aanmanen en vermanen in
goede zinnen te pas.
5. Wat is een versleten steml
6. Vorm zinnen, waarin de werkw, jnwemen, betrek-
ken en voldoen in eene andere beteekenis voorko-
men dan in bovenstaande periode.
Wat is de mijn'' een val! hoe ver ben ik versmeten!
Op gist'ren zat ik hoogh^ verzehchapt met de pracht
Des Priesterdoms verwaant, en Heeren groot van maght;
In 't schoone midden van den drang Aev eed"Ie scharen;
Omringelt met den stoel van lyfwacht en dienaren;
Als een vermoogen Vorst, en van dit vrije landt