Boekgegevens
Titel: Kramers' rekenboekje, bevattende driehonderd vraagstukken ..
Deel: 5e stukje Voor meergevorderde leerlingen en aankomende onderwijzers
Auteur: Kramers, H.W.
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor zonen, 1878
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 228 : 3e dr. (dl. V)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205126
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kramers' rekenboekje, bevattende driehonderd vraagstukken ..
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
guldens en rijksdaalders. Als de getallen der halve
guldens en guldens tot elkander staan als 5 tot 6 en
die der rijksdaalders en guldens als 4 tot 3, hoeveel
heeft men dan van elke muntspecie gebruikt?
39. Iemand kocht 425 KG tabak voor f 340 en verkocht
weder een gedeelte voor ƒ 288 met eene winst van
4OV5 pet. Hoeveel kilogram heeft hij verkocht ?
40. Een Jcoopman kocht 250 HL aardappelen voor ƒ 375 en
verkocht 3 maanden daarna een gedeelte daarvan voor
zooveel als hem de geheele partij kostte. Hoeveel hek-
toliter heeft hij verkocht, zoo hij rekende 100 pet.
'sjaars te winnen?
41. Als hij het overige gedeelte 5 maanden later voor/1,65
den hektoliter verkoopt, hoevee! pet. 's jaars wint hij
dan door elkander gerekend?
42. B. heeft van 325 guldens een gedeelte voor kwartgul-
dens ingewisseld en ontvangt daarvoor zooveel kwart-
guldens als hij nog guldens overhoudt. Hoeveel gul-
dens heeft hij gewisseld?
43. Eene som van ƒ 108,30 moet zoodanig onder 4 personen
verdeeld worden, dat, wanneer men het aandeel van A.
3maal, dat van B. 4maal, dat van C. 5maal en dal
van D. 6maal neemt, allen evenveel hebben. Hoeveel
zoudt gij ieder geven?
44. Het zevende deel van het geld van A. en het achtste
deel van dat van B bedraagt te zamen / 46. Als A.
tweemaal zooveel heeft als B., hoeveel heeft dan elk?
45. Hoeveel is de som der getallen van 3 tot 8000, met 11
opklimmende? En hoeveel is de som der 100 laatste
meer dan die van de 100 eerste?