Boekgegevens
Titel: Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Serie: Leercursus ter beoefening der Engelsche taal, 2e ged
Auteur: Cowan, Frederick Martin; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Amsterdam: J.H. Gebhard & comp, 1877
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 6 : 7e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205090
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
81
gende, stiet des Noormans rechtervoet tegen den kant der
sloep, en hij viel neder op het zand. (Er) verhief zich da-
delijk een dof gemompel. //God beware ons! Dat is een
slecht teeken!" Maar (nog) voordat die kreten opgehouden
waren, was de hertog opgesprongen, uitroepende: //Ziet,
ik heb bezit genomen van dit land met beide mijne handen,
en bij den Hemel het is 't uwe." De tijding kwam tot
Harold, terwijl hij te York lag, gewond en uitrustende van
zijne vermoeienissen, en op 't zelfde oogenblik rukte hij op
met zijn overwinnend leger. Verbitterd om het lijden zijner
landgenooten, wier woningen mijlen ver rondom het Nor-
mandische kamp verbrand waren, snelde do Saksische koning
voorwaarts, en schoon zijne macht niet één vierde gedeelte
van die des hertogs bedroeg, besloot hij nochtans haar te
gemoet te trekken.
36.
schieten, to shoot. *
legerplaats, encamp-
ment.
weinig, little.
uitwerking, effect.
beschutten, to protect.
zwaar, massive.
stormpaal, palisade.
dapper, stout.
eilander, {slander.
werpen, to hurl, to
throw. *
kort, short.
.zwaar, héaty.
werpspies,
krachtig, vigorous,
arm, arm.
zoo dikwijls als, when-
ever.
vijand, foe.
handgemeen worden, io
nederlaag, deféat.
nemen, to take* up.
versterksn, to fortify.
stelling, position.
in, within.
gezicht, sight.
moeten, to be.
aanschouwen, to be-
héld.*
slachting, slaughter.
eindelijk, at length.
optrekken, to march.
colonne, column.
verschansing, palisade.
afwachten, to await.
nadering, approach.
standaard, standard.
planten, to plant.
grond, earth.
dicht, close.
hagelbui, shower.
pijl, arrow.
Op den achttienden dag na de nederlaag van Tosti, had het
Saksische leger eene versterkte stelling genomen in ('t) gezicht
zijner (r= hunner) vijanden. De morgen, die de slachting van
zoo vele dappere mannen moest aanschouwen, brak eindelijk
aan. De Noormannen trokken in drie lange colonnes tegen
CowAK en Maatjis, Leerc. Ile ged. 7de druk. 6
come* hand to hand,
■ bijl, are.
verbrijzelen, to shiver,
speer, spear.
riet, reed.
klooven, to cleave. *
maliënkolder, mail.
met, at.
enkel, single.
moede, wéary.
overwinnen, to suhdüe.
aanvaller, assailant.
terugtrekken, to retire.
nogmaals, again.
vooruitkomen, to ad-
vance.
in, into.
nedervallen, to fall. *
menigte, showers.
weerloos, defénceless.
tegenstander, opponent.