Boekgegevens
Titel: Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Serie: Leercursus ter beoefening der Engelsche taal, 2e ged
Auteur: Cowan, Frederick Martin; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Amsterdam: J.H. Gebhard & comp, 1877
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 6 : 7e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205090
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
80
Het was een heldere morgen in September, toen de Nor-
mandische vloot in zee stak, de galei van den hertog voorop
zeilende. Bij 't begin van den twist had Willem aan den
paus geschreven, die hem hierop eene gewijde banier zond;
deze vlag wapperde nu van den grooten mast. De wind was
gunstig, en alles beloofde een goeden uitslag voor de onder-
neming. (De) nacht viel over de zee en sneller vloog 's her-
togs schip. Toen (de) morgen aanbrak, zagen zij de kalkrot-
sen van Albion, en spoedig lag de geheele vloot voor anker
op de hoogte van Pevensey. Er was geen teeken van tegen-
stand, en op den derden dag na Harolds overwinning te
Staneford over Tosti en zijne bondgenooten, zette het Nor-
mandische leger voet op (den) Engelschen grond. De boog-
schutters waren de eersten, die zich ontscheepten; daarna
kwamen de wapenknechten, gedost in maliënkolders, met
lange lansen in hunne handen en omgord met groote twee-
handszwaarden. De werklieden en timmerlieden, die volg-
den, droegen stuksgewijze drie houten sterkten, (die) vooraf
gereed gemaakt (waren geworden).
35.
verlaten, to leave. * bewaren, io préserve,
gelid, line, rank. slecht, of évil.
zich scharen in, to fall* ophouden, to die away
znto, to draw* up in. (verv. met to have).
geregeld, órderly.
orde, arré^y.
roeien, to row.
wal, land.
springen, to leap.
gewenschte, wishedfor.
opspringen, io spring*
to one*s feet (verv.
met to have),
uitroepen, to shoui.
bezit nemen, to tak^
posséssion
rechter, right. tijding, news.
stooten tegen,^oj^rt/t^.* komen tot, to reach.
kant, gunwale.
sloep, shallop.
nedervallen, io fait*
héadlong.
dof, deep.
gemompel, murmur.
dadelijk, instantly.
zich verheffen, to rise.*
liggen, to lie.
wonden, to woun3.
uitrusten van, to rest
from.
vermoeienis, labour.
oogenblik, instant.
oprukken, to set* for-
ward.
overwinnend, victórious.
verbitteren, to irritate.
om, by. ^
lijden, sufferings.
landgenoot, cóuntry-
man.
woning, dwélling.
verbranden, to burn*
down.
mijlen ver, for miles.
rondom, around.
kamp, camp.
voorwaarts snellen, to
press forward.
macht, forces,
bedragen, to amount io.
nogtans, still.
besluiten, to resolve.
to gemoet trekken, to
encounter.
('t) Laatst van allen, verliet hertog W^illem zijne galei, en
de lange gelederen schaarden zich in geregelde orde, ter-
wijl hij aan wal roeide. Op dat gewenschte strand sprin-