Boekgegevens
Titel: Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Serie: Leercursus ter beoefening der Engelsche taal, 2e ged
Auteur: Cowan, Frederick Martin; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Amsterdam: J.H. Gebhard & comp, 1877
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 6 : 7e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205090
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
Onbep. wijs. Verleden tijd.
To stcing, slingeren, swung, swang,
n take, nemen. took,
ft teach^ onderwij- taught.
zen.
// ter,verscheuren, ^ore (tare\
// tell, zeggen. told,
n think, denken, thought,
n thrive, gedijen, throve. Z.
bloeien.
To throw, werpen, threw.
// thrust, stooten. thrust.
// tread, treden. trod,
tf 2<;flw:,wassenjgroei-2«7fl!a:ec?.
en.
// wear, dragen. wore,
tf weave, weven. wove. Z.
// weep, weenen. wept.
// win, winnen. won.
ft windj winden, wound.
draaien.
tf work, werken, worked {wrought),
ft wring, wringen, wrung. Z,
ft lorite, schrijven, wrote.
Verleden deelw.
swung,
taken,
taught.
torn,
told,
thought.
. Z.
thrown.
thrust.
tr6dden.
waxed {wdxeii).'^
worn,
woven. Z.
wept,
won.
wound.
worTced (wrought),
wrung. Z.
written.
hij, 0/.
belijder, confessor.
graaf, earl.
geheel, entirely.
eed, oath.
doen, to swear. * f
bgstaan, to assist.
verkrijgen, to obtain.
eigenbaat, séljishnest.
YQXStQrYQïiytostréngthen,
oprecht, sincere.
nopen, to determine.
33.
trotseeren, to brave, doen, to taJce. *
eerder, rdther. gedwongen,
gestand doen, to keep^vn]^ free.
heraut, hérald.
prachtig, nóble.
stoet, train.
brengen, to bear. *
boodschap, méssage.
spreken, to say. *
iemand iets herinneren,op, at.
to call a thing to one's eisch, reqüest.
mémory. verlaten, to leave^*
wil, will.
recht, right.
rijk, kingdom.
behooren, to belóng.
volk, people.
overgeven, to yield up.
* Ay, but the days are wax*d shorter with him.
Shakesp. Tim. of Ath. III. 4.
What I art thou like the adder waxEN deaf? Shakesp.
t De met een * geteekendo werkwoorden zijn sterk.