Boekgegevens
Titel: Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Serie: Leercursus ter beoefening der Engelsche taal, 2e ged
Auteur: Cowan, Frederick Martin; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Amsterdam: J.H. Gebhard & comp, 1877
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 6 : 7e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205090
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
73
Onbep. wijs. Verleden tijd. Verleden deelw.
To drive, drijven; drove. driven.
rijden, mennen.
// dweil, wonen. dtcelt. Z. dwelt. Z. *
// eat, eten. eat, ate. eat, eaten.
// fall, vallen. fell. fallen.
// feed, voeden. fed. fed.
// feel, voelen. felt. felt.
// fight, vechten. fought. fought.
// find, vinden. found. found.
n flee, vluchten. fled. fled.
// fling, werpen. flung. flung.
n fly, vliegen; vlieden. flown.
// forbéar, nalaten. forbore. forlorn.
H forUd, verbieden. forbade {forbid, forbidden {forbid).
forbad).
// forgét, vergeten. forgot. forgötten {forgöt).
H forgive, vergeven. forgave. forgiven.
n forsake, verlaten. forsook. forsaken.
// freeze, vriezen. froze. frozen.
// freight, beladen; fraught. Z. fraught. Z. f
bevrachten.
// get, krijgen. got. got {gotten).
// güd, vergulden. gilt. Z. gilt. Z.
n gird, omgorden. girt. Z. girt. Z.
// give, geven. gave. given.
// go, gaan. went. 5 gone.
// grind, malen. ground. ground.
H grow, groeien. grew. grown.
// hang, hangen. hung. Z. hung. Z. »*
// hear, hooren. heard. heard.
// heave, opheffen. heaved. (liove\ heaved, hove {hove
// hew, houwen. hewed. hewn. Z.
// hide, verbergen. hid. hidden, hid.
In den Bijbel ook als verl. deelw.: Thou heat drünken the clregs
of the cup of trémbling. Jesaiah, LI : 17.
* De zwakke vorm ia minder gebruikelijk.
t In figuurlijken zin zijn de verl. tijd en 't verl. deelw. sterk,
in eigenlijken zin zwak.
§ Verl. tijd van 't verond. to wend, gaan.
** Zwak in den zin van door ophanging dooden, b. v. The man
was hanged. Daarentegen: The cürtains were hang.