Boekgegevens
Titel: Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Serie: Leercursus ter beoefening der Engelsche taal, 2e ged
Auteur: Cowan, Frederick Martin; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Amsterdam: J.H. Gebhard & comp, 1877
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 6 : 7e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205090
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
70
grootsten angst gesleten. (De) slaap sloot geen oog gedurende
dien langen, langen naeht. Welke moeten de gedachten van
Columbus geweest zijn gedurende die gewichtige uren? Zou
hij een beschaafd land vinden gelijk Spanje? Werd het be-
woond door menschen als zij zelve of door vreemde en
verschrikkelijke monsters? De aanbrekende dag vertoonde
eindelijk aan hunne angstvolle blikken een eiland van onuit-
sprekelijke schoonheid. Columbus beval de booten uit te zetten,
en was de eerste, die voet zette op (het) strand en het (voor)
de bezitting vaii den koning van Spanje verklaarde. De een-
voudige inboorlingen beschouwden hen met vrees en verba-
zing; want vermomd als zij waren door hunne kleederenen
wapenrusting, schenen de matrozen hun geen menschen,
maar wezens van een hoogeren rang toe.
de sterke werkwoorden.
Deze bijna alle éénlettergrepige werkw. (nooit hebben zij
meer dan twee lettergrepen) vormen den verleden tijd ge-
woonlijk door verandering van den wortelklinker, en gaan
in 't verleden deelw. dikwijls nog op en uit; terwijl de re-
gelm. zwakke ww., zooals wij boven zagen, die tijden vormen
door achter de onbep. wijs d of ed te voegen. Zij zijn van
Angelsaksischen oorsprong, en hebben daardoor kenbare
overeenkomst met het Hollandseh.
In de volgende lijst zijn tusschen de sterke werkw. ook
de onregelmatig zwakke opgenomen.
Onbep. wijs. Verleden tijd,
To abide, blijven; abode.
wonen.
// arise, opstaan, arose.
// awake, ontwaken; awóke. Z.*
wekken.
n baren,voort-(bare), f
brengen.
Verleden deelw.
abóde.
arisen.
lorn.
* De met Z geteekende tijden worden ook zwak gebmikt: Iawóke,
ik ontwaakte, ik wekte; I awdked, ik ontwaakte, ik wekte. In
bedr. zin is to wake gebruikelijker.
t De tusschen () geplaatste vormen zijn verouderd, minder ver-
kieslijk, of alleen in dichterlijken stijl gebruikelijk.
Who bare my letter, then, to Romeo?
Shakesp. Rom. and Jul. V. 2.
§ And Sarah bore a son. En S. baarde een zoon. Genesis.
Se was BOEN at..., hij werd geboren te.... (zie verv. p. 71).