Boekgegevens
Titel: Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Serie: Leercursus ter beoefening der Engelsche taal, 2e ged
Auteur: Cowan, Frederick Martin; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Amsterdam: J.H. Gebhard & comp, 1877
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 6 : 7e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205090
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
Ia plaats van do not, does not, did not, zegt men in de
taal van 't dagelijkseh leven gewoonlijk donH, doesu't, didnH.
yekvoeging van den vragenden vorm.
Indicative.
Présent. Impérfect.
do I lone? bemin ik? did I love? beminde ik?
dost thou love ? bemint gij ? didst thou love ? bemindet gij T
does he love? bemint hij? did he love? beminde hij?
do tce love? beminnen wij? did we love? beminden wij?
do you love? bemint gij? did you love? bemindet gij?
do they love? beminnen zij? did they love? beminden zij?
Perfect. Plupérfect.
Have I loved? heb ik bemind? Had I loved? had ik bemind?
First Future. Sécond Future.
Shall iZoBe? zal ik beminnen? Shall I ^ zal ik be-
Shalt or wilt thou love? enz. Shalt or wilt thou mind heb-
Shall or will he love? Shall or will he § ben? enz.
Shall we love? Shall we ^
Shali or will you love? Shall or will you §
Shall or uMl they love? Shall or will they
First Conditional. Sécond Conditional.
Should or would I love? Should or would I have loved?
zou ik beminnen? zou ik bemind hebben?
Men merke op, dat men in de toekomende tijden van dezen
vorm, shall of will (volgens den zin) in alle personen gebrui-
ken kan, behalve in de eerste, waarin shall alleen gebruikt
wordt. Ér is misschien slechts één geval, waarin will in de
eerste personen gevoeglijk den vragenden vorm aannemen
kan, nl. wanneer men iemands woorden, als ware 't, her-
haalt of opvat; b. v. ik word aangezocht mijne hulp te ver-
leenen in eene zaak, die mij weinig eervol toeschijnt. Men
vraagt mij: Will you assist me in this undertaking? Mijn
antwoord is: Will I assist in such a hase undertakiiig? No.
In de tweede en derde personen bezigt men, vragende,
will of shall, al naarmate de wil des ondervraagden persoons
zeiven of desgenen van wien men spreekt, in aanmerking
komt of niet: Will you, will he, will they go to Rotterdam
to-MMrrow ? Hier hangt het gaan of niet gaan af van den wil
desgenen tot of van wien men spreekt. Zegt men daarentegen: