Boekgegevens
Titel: Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Serie: Leercursus ter beoefening der Engelsche taal, 2e ged
Auteur: Cowan, Frederick Martin; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Amsterdam: J.H. Gebhard & comp, 1877
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 6 : 7e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205090
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
study, studeereo, studying. Eindigt het werkw. op eene stomme
e, dan valt die weg: fojBröwe, prijzen,jBraww^; fo »-nYe, schrij-
ven, writing (iiitgez. to dye, verven, i^ymy,-fo/ioe, omhakken,
lióting; to shoe, beslaan, shoeing en to singe, zengen, singeing).
Eindigt het werkw. op ie, dan verandert ie in y; to die,
sterven, dying; to lie liggen, liegen, lying.
3. ïlet verleden deelw. van elk regelm. zwak werkw. vormt
men door ed achter de onbep. wijze te voegen, of slechts d,
zoo de onbep. wijs op e uitgaat: to turn, draaien, turned;
to invite, uitnoodigen, invited.
3. Den tweeden pers. van 't enkelv. van den tegenw. tijd
der aant. wijs vormt men door est achter de onbep. wijs te
voegen: to earn, verdienen, earned. Gaat de onbep. wijs op e
uit, zoo voegt men er slechts st bij: to smoke, rooken, smókest,
to come, komen, cómest.
4. Den derden persoon van 't enkelv. van den tegenw.
tijd der aant. wijs vormt men door s achter de onbeji. wijs
te voegen: to fill, vullen,//^s. Gaat de onbep. wijs uit op ch, sh,
SS, X, z of O, dan voegt men er es bij: to heséech, smeeken, beseech-
es; to dress, kleeden, dre'sses, to push, iiooim, pmhes; to annex,
bijvoegen, annexes; to buzz, gonz&a, buzzes; to do, A.oen, does.*
Werkw., die in de onbep. wijze op y, voorafgegaan van
een medeklinker uitgaan, veranderen in den tweeden en der-
den pers. enkelv. van den tegenw. tii^ y iniest mies: to ti'y,
beproeven, triest, tries; to study studeeren, studiest, studies.
5. De onvolm. verl, tijd van alle regelm. zwakke werkw.
wordt, evenals '(verleden deelw., door e«^ ofachter de onbep.
w. gevormd: to talk, praten, talked; to dine, eten, dined. Gaat de
onbep. wijs op y, voorafgegaan van een medeklinker, uit, dan
verandert ook hier y in ied; to mdrry, trouwen, married.
6. Werkwoorden van ééne lettergreep, die een enkelen
klinker voor een enkelen slotmedeklinker hebben, verdubbe-
len den slotmedeklinker bij alle veranderingen, de derde
persoon van den tegenw. tijd alleen uitgezonderd: to stop,
ophouden, stópping, thou stóppest, I stopped; to stab, door-
steken, stabbing, thou stabbest, I stabbed.
7. Bij werkw. van meer dan ééne lettergreep, die op de-
zelfde wijs als onder 6 uitgaan, wordt de slotmedeklinker
* De uitgang th in den dorden pers. van 't enkelv. van den tegenw.
tijd der aant. wijs, als he hath, he giveth, bepaalt zich nu tot den
Bijbel en de poëzie.