Boekgegevens
Titel: Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Serie: Leercursus ter beoefening der Engelsche taal, 2e ged
Auteur: Cowan, Frederick Martin; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Amsterdam: J.H. Gebhard & comp, 1877
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 6 : 7e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205090
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
enkel- en meerv.
HET BETEEKKELIJK VOORNAAMWOORD.
De betrekk. voornaamw. staan in tnsschenzinnen in de
plaats van een vi'oeger genoemd persoon of zaak. Er zijn er
in 't Engelsch vier: who, which, that en what. De drie laatste
zijn onveranderlijk voor 't enkel- en meervoud; who alleen
wordt in zijne verschillende naamvallen verbogen:
who, die, dat, wie.
whose^ wiens, wier, welks.
7chom, dien, die, dat, wien, wie*.
which, wie, welk, welke, die; of which, welks, welker, van welke,
waarvan; to which, (aan) welk, welke, waaraan; which, welk,
welke, die.
The man who (tha£) speaks^ de man, die spreekt.
The dog which {that) was lost, de hond, die verloren was.
The tree which {that) was cut down, de boom, die omge-
houwen werd.
The things of which toe speak (which we speak of, we speak
-of), de dingen, waarvan wij spreken.
The plant, the powers of which,.,., de plant welker bloemen....
Who wordt van personen gebruiktf, which van dieren en zaken.
Which wordt slechts dan van personen gebruikt, wanneer 't
één uit een grooter getal geldt: One of them said it, hut 1
do not know which, een van hen zeide 't, maar ik weet niet
wie. Thai kan beide vervangen, en vervangt die vooral:
1®. na bijv, naamw. in den overtreffenden trap: Solomon
was the wisest man that ever lived, Salomo was de wijste
mensch, die er ooit leefde.
2®. na de Avoorden same en all (dikwijls ook na some en
miy): It is the same picture that you saw before, 't is dezelfde
schilderij, die gij vroeger zaagt. All that {who) saw it, were
amazed, alien die 't zagen, waren verbaasd. All that beauty,
all that wealth e'er gave, alles wat schoonheid, alles wat
rijkdom ooit gaf.
3®. wanneer de woorden, waarop het betr. vooniaamw,
slaat, 't eene who, 't andere which vereischen: The man
* Bij Shakesp. en zijne tijdgenootcn vindt men dikwijls vjho voor
tohom, evenals she voor her, hint voor he, enz.
t Zoo leest men in Eng. spraakk.; intusschen vindt men bij de
^beste schrijvers volzinnen, als de volgende
This tribünal xohose procéedings, etc.