Boekgegevens
Titel: Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Serie: Leercursus ter beoefening der Engelsche taal, 2e ged
Auteur: Cowan, Frederick Martin; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Amsterdam: J.H. Gebhard & comp, 1877
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 6 : 7e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205090
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
De roos heeft hare schoonheid, hare frischheid en haren geur;
maar zij heeft ook hare dorens. Ik verkies, zeide Leonidas,
een roemvollen dood boven een onbeduidend leven; want
mijn leven behoort aan (de) natuur, en de roem mijns doods
behoort mij (= is de mijne). (De) deugd vereenigt (de) men-
schen, hun een wederkeerig vertrouwen inboezemende. (De)
ondeugd, daarentegen, scheidt hen en vervult hen met wan-
trouwen. Eduard III beklom den troon in 1327, en legde
er zich onmiddellijk op toe de misbruiken in het bestuur te
verbeteren. Maria, koningin van Schotland (1542—87), ge-
droeg zich in hare laatste oogenblikken met vastheid en waar-
digheid. Na den slag bij Philippi (42 v. C.) doodden Brutus
en Cassius zich. (De) misdaad draagt hare straf in haren eigen
boezem. (De) list bedriegt dikwijls zich zelve. Johnson (1709—
84) beschreef het leven {pi.) van vele mannen, minder uitste-
kend dan hij zelf (was). De waterval des Rijns bij Schaflfhausen
werpt zich van eene hoogte van omtrent tachtig voet. De roem
onzer voorvaderen is de onze niet, tenzij wij hunne deugden
navolgen. Hendrik VIII (1513—47) vervolgde iedereen, wiens
godsdienstige denkbeelden niet overeenstemden met de zijne.
het aanwijzend voobnaamwooed.
De aanwijzende voornaamw. bepalen een voorwerp met
betrekking tot den sprekenden persoon, zoowel ten opzichte
van tijd als plaats. Er zijn eigenlijk slechts twee:
This, deze, dit; these, deze.
That, die, dat; those, die.
Ton of yonder, gindsche (weinig gebruikt, behalve in poëzie).
Men kan echter ook the former, de eerste, gene, en the
latter, de laatste, deze, als zoodanig beschouwen.
Deze voornaamw. blijven onveranderd ten opzichte van 't
geslacht, en staan zoowel alleen als vóór een zelfst. naamw.
This life and that which is to come, dit leven en het toekomende.
These authors have beauties not to be found in those, deze
schrijvers hebben schoonheden, die niet in gene te vinden zijn.
There is a great difference betwéen thrift and avarice: thefórmer
{that) is as comméndable as the latter {this) is despicable, er is een
groot onderscheid tusschen zuinigheid en gierigheid : de eerste
(gene) is^ even lofwaardig als de laatste (deze) verachtelijk is.
Ton moon which rose last night round as my shield, gindsche
maan, die gisterenavond zoo rond als mijn schild opging.