Boekgegevens
Titel: Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Serie: Leercursus ter beoefening der Engelsche taal, 2e ged
Auteur: Cowan, Frederick Martin; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Amsterdam: J.H. Gebhard & comp, 1877
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 6 : 7e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205090
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
3». In poëzie. Te wordt slechts gebruikt, wanneer werkelijk
het meerv. bedoeld wordt, en alleen in verheven stijl.*
het bezittelijk vooknaamwookd.
De bezitt. voornaamwoorden worden, in 't Engelsch als in
't HoUandsch, in twee soorten verdeeld: 1». in bijvoegelijke,
welke steeds van een zelfst. naamw. gevolgd worden, en 2°,
in die, welke alleen of zelfstandig gebruikt worden.
De eerste zijn voor de drie personen:
my, mijn, mijne; our, onze, ons.
thy, uw, uwe; your, uw, uwe.
their, hun, hunne,
haar, hare.
his, zijn, zijne.
her, haar, hare.
its, zijn, zijne, haar, hare.
Die der tweede soort staan in 't Engelsch zonder lidwoord,
en zijn, evenals de eerste soort, onveranderlijk. Zij zijn:
mine, de, het mijne; ours, de, het onze.
thine, de, het uwe; yours, de, het uwe.
tsXt^. i
I serve my king and my country, ik dien mijn koning en
mijn vaderland.
Thy niércy, o God, is infinite, uwe genade, o God, is oneindig.
His prudence prevénted the catastrophe, zijne voorzichtigheid
voorkwam de ramp.
Her virtue was generally commended, hare deugd werd al-
gemeen geprezen.
The leopard is famous for the léauty of its (his) skin, de
luipaard is beroemd wegens de schoonheid zijner huid.
Owr times are worse than ever, onze tijden zijn slechter
dan ooit.
Your opinion fully coincided with mine, uwe meening stemde
ten volle overeen met de mijne.
The Germans claim the honour of the invention of printing-,
hut is it certain it is theirs? de Duitschers maken aan-
spraak op de eer van de uitvinding der boekdrukkunst;
maar is 't zeker, dat zij hun toekomt?
* Bij Shakespeare vindt men ye dikwijls beide als nominatief en
accusatief: „Come, gentlemen, ye shall go my way, which is to the
court, and there ye shall he my guests."
Shak. King Uemy Till. IV. 1.
„Tain pomp and glory of this world, I hale ye."
Shak. King Henry Till. III. 2.