Boekgegevens
Titel: Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Serie: Leercursus ter beoefening der Engelsche taal, 2e ged
Auteur: Cowan, Frederick Martin; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Amsterdam: J.H. Gebhard & comp, 1877
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 6 : 7e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205090
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
/
34
paalde en bepaalde. De zon draait om hare as in vijf en
twintig en een halven dag. De bevolking van Schotland be-
draagt ongeveer een achtste van die van 't Britsche Eijk,
die van Ierland ongeveer een vierde. Er zijn duizenderlei
uitdrukkingen, ontleend aan ('t) zeewezen. Frankrijk telt on-
geveer zeven en dertig millioen bewoners, van welke zes en
dertig en een half millioen Katholiek zijn; dus is slechts
één vier en zeventigste der bevolking Protestantsch.
HET VOORNAAMWOORD.
het pebsoonlijk voobnaamwookd.
De persoonlijke voornaamwoorden der drie personen zijn:
I, ik, thou, gij, he, hij, she, zij, it, het, voor 't enkelv.
wij, you, gij, they, zij, voor 't meervoud.
Deze voornaamwoorden hebben twee naamvallen, den eer-
sten en den vierden.
Enkelvoud. Meervoud.
ƒ, ik. me, mij. We, wij. us, ons.
Thou, gij. thee, u. You, gij. you, u.
He, hij. Mm, hem. \
She, zij. her, haar. They, zij, them, hen, haar, ze.
It, hij, zij, het. ï<,hem,haar,het.
De tweede en derde naamval worden uitgedrukt door den
vierden, waarvoor men of of to plaatst: He is ashdmcd of
me, hij schaamt zich mijner. 1 shall write to him, ik zal
hem schrijven.
Aanm. Wanneer bij een werkw. to gelijk een derde en een
vierde naamval staan, treedt de derde naamval dikwijls voor
den vierden, en wordt to uitgelaten: Write a letter to him
of write him a létter, schrijf hem een brief. Worden de derde
en vierde naamv. beide door voornaamwoorden uitgedrukt,
dan staat de vierde voor den derden, met of zonder to : Teil
it him, zeg 't hem. We shall write it to her, wij zullen 't haar
schrijven. (Zie verder Tweede Afd.)
Thou (alsmede thy, thine en thyse'lf) wordt gebruikt: l».
In 't gebed tot God; 2". gewoonlijk (maar niet altijd zoo
als vroeger) door leden van de Society of Friends {KsiaktTi)-,