Boekgegevens
Titel: Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Serie: Leercursus ter beoefening der Engelsche taal, 2e ged
Auteur: Cowan, Frederick Martin; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Amsterdam: J.H. Gebhard & comp, 1877
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 6 : 7e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205090
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
2. Elder en éldeü worden meest gebruikt in plaats van
ólder, oldest, wanneer men van bloedverwanten spreekt, en
deze woorden voor het zelfst. naamw. staan; nooit kunnen
zij van dieren of zaken gebruikt worden; b. v. My elder
Iróther, mijn oudere broeder; my eldest sister, mijne oudste
zuster. Daarentegen : my brother is ólder than I, mijn broeder
is ouder dan ik; my sister is the oldest (éldesi) of us all,
mijne zuster is de oudste van ons allen. The oldest péople
in town, de oudste menschen van de stad, The oldest inhd'
Utants of the Netherlands, de oudste bewoners der Neder-
landen, That is a much ólder horse, dat is een veel ouder
paard; the' oldest home in town, het oudste huis der stad.
You are my Óldest friend, eldest friend, gij zijt mijn oudste
vriend, 't Eerste ziet op den duur der vriendschapsbeti'ek-
king, 't laatste op den ouderdom.
3. Eenige bijv, naamwoorden vormen den overtr. trap door
most achter den steil, of vergel. trap te plaatsen:
low, laag; lower, lowest of lowermost,
fore, voor; former, foremost of first,
hind, achter; hinder, hindmost, of hindermost.
Op gelijke wijze worden uit voorzetsels trappen van ver-
gelijking gevormd:
up, boven; upper, upmost of uppermost,
in, binnen; inner, inmost of innermost,
out, uit; outer of ütter\ óutmost, uttermost of utmost,
buitenste, grootste, uiterste, enz.
8.
schijnen te gelooven, seem to misdaad, crime.
lieve. zonder, without.
dat zij niet... zijn, they are not, wroeging, remorse,
omdat er... te vinden zijn, because\iO^, how,
there are,,, to be found» tijd, time,
burgeroorlog, civil war. wordt er verkwist, is spent.
ramp, evil. nietig, triflmg,
kan overkomen, can befall, vermaak, amusement.
staat, state. tegenspoed, advérsity,
tong, tongue. vervreemdt, alienates.
lid, mémber, ligt, lies.
zegt, saijs. den Theems op, up the Thames.
kunnen, may. tweelingbroeder, twin,
zijn, be. gedood, killed.
meerdere, greater. oogenblik, moment.
mate, degree. drift, passion.
beging, commilted. zijn niet, are not.