Boekgegevens
Titel: Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Serie: Leercursus ter beoefening der Engelsche taal, 2e ged
Auteur: Cowan, Frederick Martin; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Amsterdam: J.H. Gebhard & comp, 1877
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 6 : 7e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205090
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
17
vrouw; a good house, een goed huis. Good men^ goede ma^ii'
non ; good women, goede vrouwen; good Muses, goede huizen.
Zelfs wanneer zij als zelfst. naamwoorden gebruikt worden,
blijven zij onveranderd. Zij worden echter dan alleen in 't meerv.
en voorafgegaan van 't bepalend lidw. gebruikt. In 't Hol-
landsch wordt, in dit geval, het lidw. dikwijls weggelaten:
The rich and the poor, the old and the young, the strong
and the weak, the learned and the ignorant were all assêmhled
together, rijken en armen, ouden en jongen, sterken en zwak-
ken, geleerden en onwetenden waren allen bijeengekomen.
Voorafgegaan van 't niet-bepalend lidw., moet er een
zelfst. naamw. op volgen, b. v. a poor wiö«, een arme, a ^oor
wómany eene arme, poor people, armen.
Ter vermijding van de herhaling van 't zelfst. naamw. wordt
dikwijls one gebruikt: ^ silver watch and a gold one, een zilveren
horloge en een gouden. Great duties and little ones, groote plich-
ten en kleine. Onmiddellijk na een telwoord wordt one niet ge-
bruikt : 1 have twenty volumes and you thirty, ik heb twintig
boekdeelen en gij dertig. Daarentegen : 1 have twenty large *
volumes and he thirty small ones. (Zie verder Tweede Afdeeling).
WIJS, wise,
Socrates, Socrates.
deugdzaam, virtuous.
beter, bétter.
voorschrift, precept.
woordenboek, diction-
ary.
4.
zeldzaam, scarce.
iets, thing,
Cesar, Caesar,
algemeen geacht, ge-
nerally esteemed,
braaf, honest.
ding, thing.
schaarsch, scarce.
dapper, valiant.
soldaat, soldier.
stierven, died.
roemvol, glorious.
dood, death,
talent, talent^
* Large, great.
Large gives the idea of mere material extension. It is also nsed
of things not material to give an idea of greater solidity.
A large room implies nothing more than the extent of the room,
without any idea of comparison. A great room would imply either
the existence of others or some special nobility. So with a large
housej a large river.
Great means all large does, with the addition of the idea of
•unusualness or elevation. Thus Great are thy works, Jehovah.^* A
great truth, great fear.
We speak of a large mind, but a great soul, mind being consi-
dered as something more material than souL
In idiomatic phrases great is most used: a great deal, ^ic.
In the language of familiarity these terms are not used so
strictly; but their interchange is one of those „trifles" that give
a sort of charm to familiar intercourse.
Cowan in Maatjes, Leerc. He ged. 7(le druk. 2