Boekgegevens
Titel: Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Serie: Leercursus ter beoefening der Engelsche taal, 2e ged
Auteur: Cowan, Frederick Martin; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Amsterdam: J.H. Gebhard & comp, 1877
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 6 : 7e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205090
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
der natuur. Zij stelt tot regel: slechts wat van natuur man-
nelijk of vrouwelijk is, wordt in de taal als zoodanig aan-
geduid; al 't overige is onzijdig.
Er zijn drie wijzen, op welke men de geslachten onderscheidt:
1». door verschillende woorden:
loy, jongen; girl, meisje; uncle, oom; aunt, tante, enz.
2". door vóórzetting van woorden, die het geslachtsonder-
scheid aanduiden, als man, maid, male, female, he, she, enz.
man-servant, knecht; maidservant, meid.
male wolf, he-wolf, wolf; female wolf, she-wolf, wolvin.
cock canary, mannetjes kanarie; hen canary, pop.
3°. door verandering van den uitgang:
count, graaf; countess, gravin.
widotcer, weduwnaar; widow, weduw.
tiger, tijger; tigress, tijgerin.
Eenige woorden dienen voor beide geslachten: hc (she') is
my friend, cousin, hij (zij) is mijn vriend (mijne vriendin),
neef (nicht); he (she) is a póet, a good singer, hij (zij) is
een dichter (eene dichteres), een goed zanger (eene goede zan-
geres). Men ziet dus, dat in die woorden, waarbij nog
parent, vader of moeder, neighbour, buurman, buurvrouw,
guardian, voogd, voogdes, person, mensch, student, iem.
die studeert, presbytérian, iem. van de Schotsche Kerk, enz.
kunnen gevoegd worden, het mannelijk voor beide geslach-
ten gebezigd wordt. Iniusschen zoude men kunnen zeggen:
she is a good poetess, sóngstress. *
Wanneer van dieren gesproken wordt, zonder bepaalde aan-
duiding des geslachts, zijn zij van 't onzijdige geslacht, het-
welk echter alleen invloed heeft op de persoonl. en bezitt.
voornaamwoorden, daar noch lidw. noch bijv. naamw. eenige
verandering ondergaat (Zie verder Tweede Afdeeling).
HET BIJVOEGLIJK HAAfflWOORD.
Het bijv. naamw. blijft in 't Engelsch onverandt-rd, dat
wil zeggen, dat het geslacht, het getal of de naamval van 't
woord, waarbij 't behoort, er geen invloed op uitoefent:
A good man, een goed man; a good woman, eene goede
♦ If we say „Mrs. Hemans was a superior poet," we compare
her with both male and female poets; but if we say: „Mrs. He-
mans was a superior poetess^' we compare her with poets of her
own sex only. Da. Cboiujie.