Boekgegevens
Titel: Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Serie: Leercursus ter beoefening der Engelsche taal, 2e ged
Auteur: Cowan, Frederick Martin; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Amsterdam: J.H. Gebhard & comp, 1877
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 6 : 7e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205090
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het eerste woord van eiken volzin, het eerste ■woord van
eiken regel in dichtmaat, het eerste woord van eene aanha-
ling in directen vorm, de namen aan 't Opperwezen gege-
ven, alle eigennamen, alle bijvoeglijke naamwoorden, afge-
leid van eigennamen, aUe gepersonifiëerde gemeene zelfst.
naamwoorden, de namen van de dagen der week, die van
de maanden, elk zeer belangrijk woord, b. v. the Revolution,
the Union, het voornaamw. I en het tusschenwerpsel O.
The Éngliah language is esséntially a branch of the Teuto-
nic, the language spoken ly the inhabitants of Central Europe
immédiately lefóre the dawn of history. In France, Italy and
Spain, the Róman language was naturalized, hut in Éngland
the great bulk of the lam, the language and institutions are
Saxon.
Clime of the unforgotten brave!
Whose land from plain to mountain-cave
Was Freedom's home or Glory s grave;
Shrine of the mighty! can it be.
That this is all remains of thee?
These are thy glorious works. Parent of good!
Almighty, thine this universal frame!
Hear the words of Solomon, the wise king of Israel: nFear
God and keep his comnAndments, for this is the whole duty
of man."
Mary, queen of Scots, was decapitated by órder of Mizdbeth,
on Wednesday, the S'"' of February 1587.
HET LIDWOORD.
De Engelsche taal heeft twee lidwoorden: het bepalend
lidw. the, de, het, en het niet-bepalend lidw. a, an, een, eene.
Deze beide woorden zijn onveranderlijk: zij kunnen dus
niet, zooals in onze taal, geslacht, getal of naamval aanwijzen.
The father, de, den vader; the móther, de moeder; the
house, het huis.
The fathers, de vaders; the mothers, de moeders; the hóu-
ses, de huizen.
Of the father {the father's), des vaders, van den vader;