Boekgegevens
Titel: Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Serie: Leercursus ter beoefening der Engelsche taal, 2e ged
Auteur: Cowan, Frederick Martin; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Amsterdam: J.H. Gebhard & comp, 1877
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 6 : 7e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205090
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
173.
purse and sword, did so on principles independent of, and in-
deed almost incompatible with, the sentiment of devoted loyally.
Macaülat. Hist, of Engl.
In 't Engelseh kunnen dikwijls, evenals in 't Hollandsch,
twee verschillende voorzetsels te zamen staan:
He drew a poniard from under his cloak, hij haalde een
dolk van onder zijn mantel.
ril make a voyage to the Holy land.
To wash this blood oif from my guilty hand.
Shakespeare. Richard. II. V. 6.
De herhaling der voorzetsels dient dikwijls ter versterking-
van de uitdrukking:
In their dress, their table, their hóuses and their furniture,
the favourites of fórtune united every refinement of conveniency,
of elegance and of splendour. Gibbon.
OPMEUKINGEN OVEE ENKELE VOORZETSELS.
In, into, 't Eerste duidt eene rust, een toestand, het tweede
eene beweging, eene geheele verandering van toestand aan: He
is in Éngland, hij is in Engeland; in an hour, in een uur.
To come into a house, in een huis komen; to look into a
hook, in een boek zien; to convert into water, in water ver-
anderen. Intusschen wordt in dikwijls voor into gebruikt: To
put a thing in one^s pochet, iets in zijn zak steken; to whisper
a thing in one^s ear, iemand iets in 't oor fluisteren.
On en upon worden veelal onverschillig gebruikt: The
paper is lying on (upón) the table, het papier ligt op de tafel;
loss on (upón) loss, verlies op verlies; to play on {upón) the
violin, op de viool spelen; Stratford on {upon) Avon, Strat-
ford aan de Avon; on Monday next, op aanstaanden Maandag.
Up duidt beweging opwaarts aan: We sailed up the Thames,
wij zeilden den Theems op. Go up stairs, ga naar boven.
Belów, henéath. Beide beteekenen iets, dat ouder ons is;
maar beneath is verder omlaag dan belów. Small fish sport
belów the surface of the waters; the larger ones repóse be-
neath the flood, kleine vischjes dartelen onder de oppervlakte
der wateren, de grootere rusten beneden den vloed.
Those who are belów us in rank are not beneath us; on
the cóntrary, they deserve our respect, if they behave virtuously.
Chesiebfield.