Boekgegevens
Titel: Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Serie: Leercursus ter beoefening der Engelsche taal, 2e ged
Auteur: Cowan, Frederick Martin; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Amsterdam: J.H. Gebhard & comp, 1877
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 6 : 7e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205090
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
159.
krankzinnigheid, mdd'héloonenytorécompense,OTngQ,a.ny io converse.
ness. onwaardige behande- spelen, io play,
zielsgesteldheid, staie ling, indignity. tam, tame.
of mind. kwellen, to harass. in, under.
heerschappij voeren overige, rest of. noodzakelijkheid, ne-
over, to have the aanzien, to look on. céssity.
mastery óver. opofferen, to give* up. gadeslaan, io watch.
aard, nature. geluk, felicity. grillig, capricious.
beschermer, patron. verkrijgen, to gain, wilde, savage,
iemandinden weggaan eerbiedigen, to réve- grommen, to growl.
staan, io put* one's rence. muts, cap,
self in one's way.
Toorn is eene korte krankzinnigheid, zegt het spreekwoord;
er is geene zielsgesteldheid, die, zoolang zij heerschappij over
ons voert, meer geheel onzen aard verandert. Prior, de dichter,
(1664—1731) verhaalt van zijn vriend en beschermer, den
hertog van Dorset, dat zijne bedienden hem in den weg plach-
ten te gaan staan, wanneer hij toornig was, omdat hij hen
zeker beloonde voor al de onwaardige behandelingen, die hij hen
deed lijden. De toornige mensch kan zijne kinderen doen beven
of zijne bedienden kwellen, maar de overige wereld zal (het)
aanzien en lachen; en hij zal ten laatste bemerken, dat hij
het geluk van bemind te worden opgeofierd heeft, zonder de
eer te verkrijgen van geëerbiedigd te zijn. Alwie met hem
omgaat, is als iemand spelende met een tamnien tijger,
altijd in de noodzakelijkheid (zijnde) het oogenblik gade te
slaan, waarin de grillige wilde zal beginnen te grommen.
Lodewijk XI (1461—83) zeide dikwijls, dat de koning niet
wist te regeeren, die niet wist te veinzen; en dat, indien
hij dacht, dat zijne muts zijne geheimen wist, hij haar in 't
vuur zou werpen.

stiefzoon, stép-son.
gracht, canal.
verbinden met, to
unite to.
roofzucht, rapacity. gevankelijk, prisoner.
kenmerken, to mark, binnenkomen, io enter,
voorstellen, topropóse. te zamen roepen, to
bijeenkomst, interview, convóke,
brandmerken, to brand, vermoeden, to suspect, in brand steken, to set*
ongehoord, aw^Wi^ö/ aangrijpen, to seize, fire to.
trouweloosheid, faith" wegvoeren, to carry
lessness.
Terwijl de Eomeinsche veldheer Claudius Drusus, de stief-
zoon van Augustus, in deze landen was (10 jaren v. Chr.),