Boekgegevens
Titel: Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Serie: Leercursus ter beoefening der Engelsche taal, 2e ged
Auteur: Cowan, Frederick Martin; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Amsterdam: J.H. Gebhard & comp, 1877
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 6 : 7e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205090
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
157.
hled), lüj liet hem aderlaten, lle made (of lef) me wait a%
hour, hij liet mij een uur wachten. Ee got it done hy his
néighhour, hij liet het door zijn buurman doen, I will have
(of get) a new coat made, ik zal een nieuwen rok laten
maken.
30 Wil men toelaten, veroorloven uitdrukken, zoo bedient
men zicli van to allów, to let, to permit, to suffer:
1 allówed {permitted^ süffered) him to go, let him go, ik
liet hem gaan.
4" Den zin van in denzelfden toestand laten (en dien van
nalaten) drukt men uit door to leave : He left the door ópen,
h:y liet de deur openstaan. He left a large estdte to his son^
hij liet een groot landgoed (fortuin) aan zijn zoon na.
5° Die van laten behouden wordt insgelijks door to leave
vertaald:
He left the móney to me, hij liet mij 't geld (houden).
Laat dat, do not do it, leave off.
Ik kon 't lachen niet laten. 1 could not forhéar Idughing.
80.
van, hy, vermaardheid, r^wow?«. handwerk, trade.
beroep, profession. eigene levensbeschrij- bezitting, estdte.
trekken van, to derive ving, autobiography, beroep, calling,
from. almanak, almanac. post, office.
pecuniary, behalve, besides. blijken te z\jn, to prove.
voordeel, próft. zaken, matter. werkzaam wezen, to
nalaten, to leave* be- bevatten, to contain, be up and doing.
hind one. menigte, multitude. ter dQge, to the pürpose.
wetenschap, létters. grondregel, maxim. vlijt, diligence.
bestaan, subsistence. spreekwoord, proverb, moeite, perpléxify.
uitgebreid, toide. wijsheid, sense.
Benjamin Tranklin (1706—1790), ofschoon geen schrijver
van beroep, en geen geldelijk voordeel trekkende van hetgene
hij schreef, heeft een grooter aantal stukken nagelaten dan
velen, die de wetenschap (tot) een middel van bestaan gemaakt
hebben. Onder zijne werken zijn er twee, die eene uitgebreide
vermaardheid hebben verkregen : zijne eigene Levensbeschrij-
ving en de reeks van Almanakken, bekend onder den naam
van Pranklin's Arme Eichard. De laatste bevatten, behalve
de gewone zaken in almanakken gevonden, eene menigte van
grondregelen en spreekwoorden, de wijsheid van alle eeuwen
en natiën, zooals Pranklin ze noemde: //Hij die een hand-
werk heeft, heeft eene bezitting; en hij die een beroep heeft,