Boekgegevens
Titel: Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Serie: Leercursus ter beoefening der Engelsche taal, 2e ged
Auteur: Cowan, Frederick Martin; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Amsterdam: J.H. Gebhard & comp, 1877
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 6 : 7e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205090
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
152.
To have, to he (*), to do en, schoon minder dikwijls, to
will zijn niet altijd hnlpwerkw., maar kunnen ook staan als
bedr. of zelfst. ww.: ff^e have cónfidence in you, wij hebben
vertrouwen in u. Hónesty is the best pólicy, eerlijk duurt het
langst, To do a good dction f, eene goede daad doen. Héaven
wills it so §, de hemel wil het zoo.
To have heeft ook de beteekenis van ons laten en doen in
zinnen als: I am hdving a coat made, ik laat een rok maken.
I will have him pünished, ik zal hem doen straffen.
De onzijdige werkw. worden in hunne samengestelde tij-
den deels met to have, deels met to he vervoegd; zelfs be-
dient men zich soms bij 't zelfde werkw. van beide hulpwerkw.
Een algemeene en vaste regel, wanneer het onzijdige
werkw. met to have, wanneer met to he vervoegd moet wor-
den, is niet te geven, daar zelfs de beste schrijvers schijn-
baar willekeurig, nu 't eene, dan 't andere gebruiken Slechts
zou men kunnen zeggen, dat to he meer een toestand, to
have meer eene daad aanduidt. In de uitdrukking b. v.
Man is fallen wordt een toestand aangeduid. {Man is in a
fallen condüion); in deze: The man has fällen from the mast,
ligt eene soort van handeling. Ofschoon de bouw der En-
gelsche taal en de analogie met andere talen {Je suis tombé,
ich hin gefallen) dikwijls voor 't ww. to he zouden pleiten, is
't gebruik van to have in dezen verreweg algemeener.
Na het gezegde op bl. 46 aangaande s^ow^i en voe-
gen wij hier nog bij, dat would in alle personen den wil
(*) To have, gevolgd van eene onbep. wijs, drukt eene zekere
noodzakelijkheid uit: I have to set off, ik moet vertrekken. To be,
gevolgd van eene onbep. wijs, drukt toekomst en noodzakelijkheid
uit: Re is to eome and see me, hij zal (moet) mij komen bezoeken.
•f Wanneer to do bedr. is, schrijft men in den 2den pers. thou
doest-, is 't een hulpwerkw., beter tkou dost:
Whch doest great things past finding out. Gen. IV : 7.
I hope thou dost not fear me.
§ Wanneer to will bedr. is, wordt het zwak vervoegd.
Present.
I will.
thou wiliest, wilVst, he wills,
we, you^ they will.
Infinitive.
to will.
Imperfect.
I willed.
thou willedst, etc.
Past partie.
willed.
Deze vormen zijn echter bijna geheel verouderd.