Boekgegevens
Titel: Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Serie: Leercursus ter beoefening der Engelsche taal, 2e ged
Auteur: Cowan, Frederick Martin; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Amsterdam: J.H. Gebhard & comp, 1877
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 6 : 7e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205090
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
INLEIDING.
De oudste geschiedenis van Engeland, vóór de landingen
van Cesar (55 en 54 v. C.), schuilt in't duister; slechts dit
•weet men, dat de oudste bewoners, de Britten, van Celtischen
oorsprong waren.
De bezetting van Brittannië door de Eomeinen liet, ten
opzichte van de taal, geene duurzame sporen achter. Terwijl
in Italië, Trankrijk en Spanje, het Latijn inheemsch werd
en den grondslag vormde voor de latere taal, werden in En-
geland de wetten, taal en instellingen van Angclsaksischen,
d. i. van Gormaanschen oorsprong.
Na een langen en bloedigen strijd nl., die van het mid-
den der vijfde tot het midden der zesde eeuw voortduurde,
veroverden Germaansche stammen (Angelsaksers is hun gemeen-
schappelijke naam) Brittannië, en slaagden er zoozeer in, den
overwonnen Britten hunne taal, zoowel als hunne maatschap-
pelijke inrichtingen, op te dringen, dat van al de woorden,
wortelwoorden en afleidingen, die de Engelsche Taal uitmaken,
+ 1/3 van Angelsaksischen oorsprong zijn*.
Gedurende vijf eeuwen onderging deze Angelsaksische taal
weinig veranderingen; de voornaamste toevoegselcn waren
Latijnsche woorden, ingevoerd door Christenzendelingen.
Eerst de verovering van Engeland door de Normandiërs in
♦ Het Angelsaksisch vormt met het Midclcl-HoogJuitseh, Oud-
Hoogduitsch, Gothisch, Oud-Hollandsch, Oud-Friesch, Oud Sak-
sisch en Oud-Noordsch, de acht doode takken van den Teutoon-
schen taalstam, waaruit, in den loop der eeuwen, de talen, thans
in Duitschland, Engeland, Nederland, Denemarken, Zweden, Noor-
wegen en IJsland gesproken, gevormd zijn.
Het Teutoonsch vormt, op zijne beurt, ééne der acht klassen,
waaronder alle Indo-G ermaansche talen gerangschikt worden.
CowAN en Maatjes, Lecrc. Ile ged. 7ae druk. 1