Boekgegevens
Titel: Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Serie: Leercursus ter beoefening der Engelsche taal, 2e ged
Auteur: Cowan, Frederick Martin; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Amsterdam: J.H. Gebhard & comp, 1877
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 6 : 7e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205090
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
147.
Some, eenige, wat, genomen van eene bepaalde hoeveel-
heid; dny eenige, wat, genomen van eene onbepaalde hoe-
veelheid, van de geheele soort:
Some money, some wine, eenig (wat) geld, wijn. Some
people say, eenigen zeggen. Some have thought, eenige heb-
ben gedacht. Some kan nooit met eene ontkenning gebruikt
worden: I have not dny (/ have wo) looks, ik heb geene boeken.
1 have not seen dny body, (/ have seen nobody') ik heb niemand
gezien; niet: I have not some books, I have not seen somebody.
Bij eene vraag gebruikt men dny, tenzij men iemand iets
aanbiedt:
Eave you dny money? hebt gij eenig geld? May 1 óffer
you smne of these currants? mag ik u wat van deze bessen
aanbieden?
Any, eenig, de eene of andere, welk ook, elk, ieder:
She could read dny English book, zij kon elk Engelsch boek
lezen. You may come at dny hour, gij moogt op elk uur ko-
men. Name me dny one (any man, dny bódy), noem mij iemand,
wien ook. Can dny hoy do it ? — No, but some can. Kan
ieder jongen het doen? — Neen, maar eenige kunnen het,
The óther, anóther, óther, de andere, een, eene andere,
andere, nemen, wanneer zij alleen staan, den Saksischen
tweeden naamv. en den meervoudsvorm aan:
He fóllotced the óther's advice, hij volgde den raad des
anderen. (The) óthers will not do it, (de) anderen zullen 't
niet doen.
Anóther ziet op één voorwerp uit vele genomen, the óther
slechts op ëén van twee:
Take this one or another, neem dit of een ander. Here are
two books; take this or the óther, hier zijn twee boeken, neem
dit of 't andere.
No, geen, is steeds gevolgd van een zelfst. naamw. of
bijw.; no7ie, staat alleen:
He has no friend (^friends), hij heeft geen vriend (vrienden),
No more, no less than that, niet meer, niet minder dan dat.
None excel him, niemand overtreft hem.
Such (zie bl. 100) kan, wanneer men met bij zonderen na-
druk wenscht te spreken, achter het zelfst. naamw. gezet
worden: He was expósed to temptation such as flesh and blood
10»