Boekgegevens
Titel: Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Serie: Leercursus ter beoefening der Engelsche taal, 2e ged
Auteur: Cowan, Frederick Martin; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Amsterdam: J.H. Gebhard & comp, 1877
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 6 : 7e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205090
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
132.
wanneer men het met bijzonderen nadi-nk wil doen uitko-
men: Wisdom unsearchable, ondoorgrondelijke wijsheid; good'
ness infinite, oneindige goedheid.
Eindelijk zij nog opgemerkt, dat, wanneer verscheidene bijv.
naamw. (met of zonder bepalingen) bij ëén zelfst. naamw.
behooren, men die in 't Hollandseh zeer goed voor het zelfst.
naamw. plaatst, terwijl men ze in 't Engelsch bij voorkeur,
gedeeltelijk of geheel achteraan zet, b. v.: Een ongelukkige en
door verschillende omstandigheden nog betreurenswaardiger
gemaakte twist, an unhappy quarrel, rendered still more depU-
rable hy several circumstances ; een geregeld studeerende
knaap, a hoy regularly studious; hoewel men ook zeer goed
zeggen kan; a regularly studious boy. Ook staan nog bijv.
naamw., die eene maat bepalen, achter het zelfst. naamw.:
A tóvoer a hmidred feet high, een honderd voet hooge toren;
a stream eighty feet broad, eene tachtig voet breede rivier.
68.
bestijgen, io ascend, bij, near. overstroomen, to over-
wetteloos, lawless. prachtig, richly. spréad.*
aanvuren, to actuate, meubileeren./ofurnish, gewoon, accustomed.
godsdiensthaat, reli' huis, mansion. beschouwen, to regard.
gious hatred. schenktafel, sideboard, vleesch, meat.
geslachtshaat, hatred prijkende, gorgeous. artikel van weelde,
of race, beker, bowl. luxury.
buit, plunder. schenkblad, charger, bewaren, to reserve.
boeren, péasantry. pracht, wealth. zich te goed doen aan,
gewapend opstaan, to bestaan in, io consist in. to rével on,
rise* in arms. talloos, innumerable, ossevleesch, beef.
aanrichten, to commit, kudde van klein vee, schapevleesch, mutton.
verwoesting, devasta- floch. walgelijk, disgusting.
Hon. kudde van groot vee, gulzigheid, gluttony.
verhalen, to teil.* herd. uithongeren, to famish.
wild, savage. roover, freebooter, pas, néwly,
Hottentot, Eóttentot, bevrijden, io liberate.
De volgende regelen kunnen een denkbeeld geven van
den toestand van Ierland tegen het einde der 17^® eeuw.
(*) Het omgekeerde komt intusschen ook voor, nl., dat men in
*t Eng. den gewonen adjectiefvorm geeft aan eene bepaling, die
men in 't Holl. slechts met eene omschrijving achter *t subst.
plaatsen kan, b. v.
„a very small and not- over- particularly- taken- care- of
boy," zooals Dickens zich zelven noemt. Forster. The Life of
C. Dickens.