Boekgegevens
Titel: Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Serie: Leercursus ter beoefening der Engelsche taal, 2e ged
Auteur: Cowan, Frederick Martin; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Amsterdam: J.H. Gebhard & comp, 1877
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 6 : 7e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205090
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
130.
HET HUV0E6LIJK NAAMWOORD.
Wij hebben reeds gezien, dat het Bijv. Naamw. alleen
verandering ondergaat in de trappen van vergelijking; daarom
behoeft het, tenzij men met bij zonderen nadruk spreekt,
niet voor elk zelfst. naamw. herhaald te worden: A good boy
and girl, een goede jongen en een goed meisje.
Eenige bijv. naamw. worden soms, hoewel zelden, ook
in 't enkelvoud als zelfstandig gebezigd: For the good o/tóe
nation, voor 's volks welzijn. Heroes have cértainly more of
mortal than of divine ahóut them, helden hebben zeker meer
mensehelijks dan goddelijks in zich. Evenzoo worden dik-
wijls zelfst. naamwoorden als bijvoeglijk gebruikt, 't welk
vooral het geval is met stofnamen, wood, hout, alleen uit-
gez. : A gold spoon, een gouden lepel; a brass cannon, een
metalen kanon; silk gowns, zijden kleedjes. Intusschen kan
men ook zeggen: a géiden spoon, a brazen cannon, silken gowns.
Op gelijke wijze worden ook eigennamen van steden en
plaaisen bijvoeglijk gebruikt, b. v. a London merchant, een
Londensch koopman; the Middlesex train-hands, de schutte-
rijen van ('t graafschap) Middlesex.
Schoon men na een zelfst. naamw., voorafgegaan van een
bijv., dikwijls de herhaling van 't zelfst. naamw. door one
of ones vermijdt, zijn er echter gevallen, waarin dat one,
ones uitgelaten kan worden, b. v.
1° Na trappen van vergelijking: I think this proof is suf-
ficient, nor can I give you a stronger [one), ik acht dit bewijs
voldoende, en kan ik u geen sterker geven. The richest man
is as much expósed to calamities as the poorest {one), de rijk-
ste man is evenzeer blootgesteld aan rampen als de armste.
2» Wanneer het voorafgaand zelfst. naamw. geen soortnaam
is, maar een afgetrokken denkbeeld aanduidt: Illness teaches
us a diffidence in our earthly state and inspires us with
the idea of a future (one), ziekte leert ons wantrouwen
stellen in onzen aardschen toestand, en boezemt ons het
denkbeeld van een toekomstigen in.
3° Wanneer de zelfst. naamw. bijna onmiddellijk op el-
kander volgen: AU our migrations were from the blue bed
to the brown {one), al onze verhuizingen waren van 't bed
met de blauwe gordijnen naar dat met de bruine.
Er zijn twee verschillende soorten van vergelijkende trap-
pen: die van gelijkheid en.die van meerder- of minderheid.