Boekgegevens
Titel: Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Serie: Leercursus ter beoefening der Engelsche taal, 2e ged
Auteur: Cowan, Frederick Martin; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Amsterdam: J.H. Gebhard & comp, 1877
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 6 : 7e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205090
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
128.
a prime sdiler, het zeilt uitmuntend. Zelfs van een mm of
war, oorlogsehip, zegt hij en iedereen in het dagelijkseh leven
she. De tweede gewiehtige uitzondering ligt in het personi-
fiëeren van levenlooze voorwerpen, aan welke in den verheven
stijl en in de poëzie het mannel. of vrouwel. geslacht gege-
ven wordt, om de kracht en levendigheid der voorstelling te
verhoogen.
Het mannel. geslacht wordt aan zoodanige levenlooze voor-
werpen toegekend, die groote kracht met verheven schoon-
heid vereenigen; wat daarentegen in de natuur meer lijdend
dan werkzaam is, zich door lieftalligheid kenmerkt, of met
een denkbeeld van zwakheid en onvolkomenheid gepaard
gaat, wordt door de dichters als vrouwelijk gebruikt. Bij
personificatie van hartstochten, deugden en ondeugden, beslist
dikwijls de oude Grieksche en Eomeinsche godenleer; intus-
schen is het trekken eener nauwkeurige grenslijn onmogelijk.
Dieren zijn, zonder bepaalde geslachtsaanwijzing, onzijdig.
Bij fabeldichters worden zij echter, ook zonder dat er bepaald
sprake van geslacht is, nu eens met het mannelijk, dan weer
met het vrouwelijk geslacht gepersonifieerd. De sterke en edele
dieren worden als mannelijk beschouwd, bij de overige wis-
selt het gebruik af. (*)
Alvorens van het bovengezegde eenige voorbeelden uit de
klassieke schrijvers te geven, zij nog opgemerkt, dat de
namen van hoog opgaande boomen {oak, eik, b. v.) en ri-
vieren mannelijk, die van landen, steden en bergen vrouwe-
lijk gebruikt worden.
Js when the Sun, new risen,
Looks through the horizontal misty air,
Shorn of his leams.
Milton. Far. Lost.
(*) In attributing sex to inanimate objects no universal rule is
adopted. In general, however, nouns that convey an idea of strength,
firmness, or energy are masculine ; as the sun, time, death, sleep,
autumn, winter, etc. Those that convey an idea of weakness or
timidity, or which are more of a passive than an active nature,
are feminine; as, the moon, the earth, the church, religion, nature,
summer, spring; the names of ships, virtues, vices, cities, countries,
etc., and abstract nouns, such as liberty, virtue.
Angds's I^ngl. Grammar.