Boekgegevens
Titel: Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Serie: Leercursus ter beoefening der Engelsche taal, 2e ged
Auteur: Cowan, Frederick Martin; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Amsterdam: J.H. Gebhard & comp, 1877
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 6 : 7e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205090
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
125.
van Antwerpen, eene eerste plaats. Op aanstoken liarer
moeder, vroeg de dochter van Herodias het hoofd van Jo-
hannes den Dooper als eene belooning voor haren dans. Velen
onzer voorvaderen leden schande en dood om des gewe-
tenswil.
Door ohjcctive case verstaan de Engelschen zoowel den der-
den als vierden naamval. Evenals in onze taal de derde naam-
val op tweeërlei wijze kan worden uitgedrukt, heeft zulks
ook in 't Engelsch plaats: Ik geef het boek aan den vader
of ik geef den vader het boek, I give the hook to thefdther
of 1 give the fdther the hook; tusschen welke zegswijzen dit
verschil bestaat, dat in de eerste de nadruk meer op vader
en in de tweede meer op hoek valt; b. v. I give the hookto
the fdther and not to the hróther en 1 give the fdther the hook
and not the watch. Wordt to uitgelaten, dan treedt, zoo-
als uit de voorbeelden blijkt, de derde naamval voor den
vierden.
De uitlating van to heeft vooral plaats na de werkwoorden:
to affórd, verschaffen.
to allów, toestaan.
to bear*, brengen.
to bring*, brengen.
to do*, doen.
to give*, geven.
to grant, toestaan.
to inte'nd, bedoelen.
to leave*, laten, nalaten.
to lend*, leenen.
to oice, schuldig zijn.
to pay*, betalen.
to prómise, beloven.
to refüse, weigeren.
to rénder, bewijzen.
to return, teruggeven.
to send*, zenden.
to show*, toonen.
to throw*, toewerpen.
to write*, schrijven.
to óffer, aanbieden.
It affórded the fdmïly all) great consoldtion, het verschafte
het huisgezin (ons allen) grooten troost.
Be brought me the tidings, hij bracht mij de tijding.
Néver give your passions the rein, vier nooit uwe driften den
teugel.
He païd me the sum he owed me, hij betaalde mij de som,
die hij mij schuldig was.
He wrote me a létter, hij schreef mij een brief; daarentegen:
he wrote to me, hij schreef mij.
Wordt de 4de naamv. door een persoonl. voornaamw. uit-
gedrukt, dan kan to niet uitgelaten worden: Teil it to the