Boekgegevens
Titel: Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Serie: Leercursus ter beoefening der Engelsche taal, 2e ged
Auteur: Cowan, Frederick Martin; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Amsterdam: J.H. Gebhard & comp, 1877
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 6 : 7e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205090
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
102
man als Cromwell, maar hij was geenszins een zoo goed
veldheer. Ofschoon Jacob Cats (1577—1660) eens de lieve-
lingsdichter van het volk was, kan hij niet gezegd worden
zulk een groot dichter als Vondel te zijn. Hoe groot een
ongeluk ook in onze oogen mag zijn, het is ons onmoge-
lijk te zeggen: het is het ergste, dat (er) gebem-en konde.
ïoen in 1688 Jacob II onderricht werd van den overgang
zijner dochter Anna tot den stadhouder, achtte hij het eene
te schandelijke daad van kinderlijken ondank om geloofd te
worden. Het leven van Maria, koningin van Schotland,
biedt eene zoo lange reeks van ongelukken aan, als misschien
in de geschiedenis te vinden is.
50.
vaderlandslievend,;)«- onderzoeken, io minder groot. Uss.
triótic. of, whéther, into. dijkbreuk, bréaking of
zich laten aftrekken rok, coat.
■s!m,to te turned from.gehee\, totally.
geschenk, bribe.
bedreiging, tnénace.
de Almachtige, God
doordien, because.
doen, lo make. *
met, in.
ieder, évery.
a dike.
begrijpen, to conceive.
getuigen zijn van, to
wonderbaar, wonderful.
electrisch, electric.
bestuurder, góvernor. bogen op, to boast cf. telegraaf, télegrap
Pabricius was een te vaderlandslievend en edel man, om
zich van zijn plicht te laten aftrekken door de geschenken
of de bedreigingen van Pyrrhus (f 300 v. C.). De Almach-
tige is zulk een goed en rechtvaardig bestuurder der wereld,
dat, indien wij er slechts onzen plicht in gedaan hebben,
het nooit onderzocht zal worden, of wij hem gedaan hebben
in een rdoden rok of een zwarten (stebne). Toen koning
Jan de Engelschen onder den Zwarten Prins bij Poitiers
aanviel (1356), werd hij geheel verslagen, doordien hij den
aanval met te groote haast deed. Thomas Moore (1779—
1852) ontving niet minder dan driehonderd pond voor zijne
Lalla Kookh. Niet iedere natie kan bogen op zulk een dichter
als Shakespeare. Willem III (1650—1702) was een niet
minder groot veldheer dan staatsman. Zulk eene ellende als
in 1855 door de dijkbreuken veroorzaakt werd, kan alleen
begrepen worden door hen, die er getuigen van waren. Welk
eene wonderbare uitvinding is die van den electrischen telegraaf!