Boekgegevens
Titel: Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Serie: Leercursus ter beoefening der Engelsche taal, 2e ged
Auteur: Cowan, Frederick Martin; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Amsterdam: J.H. Gebhard & comp, 1877
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 6 : 7e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205090
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
90
rede, wat ook 't onderwerp zij. Wat is de geschiedenis der
volken dan een verhaal van de dwaasheden, misdaden en
ellende der menschen? Het Elyseum, de plaats der gezalig-
den bij de ouden, werd voorgesteld als een oord, waar eene
eeuwige lente heerschte en de zielen der rechtvaardigen een
leven leidden van stil genot. De Tartarus, waar de gedoem-
den voor een schuldig leven boetten, was, volgens hunne denk-
beelden, eene duistere en sombere plaats, omgeven door een
driedubbelen muur en vier vlammende stroomen. De oorlog
is een geesel der menschheid. De oorlog, die gevoerd werd
tusschen Eome en Carthago, was een verdelgiugskrijg.
taal, Idnguage. Schotsch, Scottish. in de laatste jaren, of
verdeelen in, to divide zich beroemd maken, late years.
into. to render one's self verbetering, improve-
tongval, dialect. célebrated. ment.
Dorisch, Doric. heerlijk, magnificent, telescoop, télescope.
Ionisch, lónic. natuurschildering, d>i- onwetendheid, ignO'
Eolisch, Eólian. lin^dtion of nature. rance.
geduld, patience. namelijk,«öOT.'/^,Pï> (♦) dwaling, érror.
afgod, idol. leven, to live. bijgeloof, superstition.
gierigaard, covetous omtrent, abóut. Mexicaan, Méxican.
man, miser. er, it. gereed, réady.
verstoken zijn van, to drift, passion. voorwendsel, pretext.
he deprived of. lichaam, bódy. uitplunderen, to plun-
aanbieden, to óffer, sterrenkunde, aj^rJwowy. der.
is er echter, ypt there is. vorderingen, progress.
De taal van 't oude Griekenland was verdeeld in drie
tongvallen, den Dorischen, lonischen en Eolischen. Het leven des
menschen is kort en onzeker. Het geduld is de vriendin der
ongelukkigen. Het goud en zilver zijn de afgoden des gie-
rigaards. Schoon een blinde verstoken is van 't genot, dat
de schoonheden der natuur aanbieden, is er echter onder de
Schotsche dichters zulk een ongelukkige, die zich beroemd
gemaakt heeft door zijne heerlijke natuurschilderingen, na-
melijk Henry the Minstrel, die omtrent 1440 leefde. Er is
geschreven: de mensch zal niet bij brood alleen leven. Het
geweten is de stem der ziel; de driften zijn de stem des li-
(*) Men schrijft onveischillig ndmely of viz; ma&r men leest ndmely,
welk der twee woorden men ook gebruikt.