Boekgegevens
Titel: Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Serie: Leercursus ter beoefening der Engelsche taal, 2e ged
Auteur: Cowan, Frederick Martin; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Amsterdam: J.H. Gebhard & comp, 1877
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 6 : 7e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205090
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Theoretisch-practische spraakkunst der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
TWEEDE AFDEELING.
HET LIDWOORD.
Het bepalend lidw. dient om een zelfst. naamw. nader te
bepalen of wel een voorwerp als bepaald individu van andere
gelijknamige te onderscheiden.
De eigennamen, bepaalde personen of zaken aanduidende,
behoeven dus het lidw. niet, behalve 1» wanneer, evenals
in 't Hollandseh verschillende personen denzelfden naam
voeren: The iwo Scipios, de beide Scipio's; the Bourhóns, de
Bourbons; 2° wanneer onder den eigennaam eene bijzondere
eigenschap verstaan wordt, waardoor zich iemand van dien
naam onderscheiden heeft: He ü the Cicero of our times,
hij is dö Cicero van onzen tijd; 3" wanneer voor den eigen-
naam een bijv. naamw. staat: The cider PUny, Plinius de
Oudere. The hdughty EUzaheth and her vktim, the I6cely and
unfórtunate Mary, de trotsche Elizabeth en haar slachtoffer,
de schoone en ongelukkige Maria. In gemeenzame uitdruk-
kingen, alsmede in dichterUjken stijl, wordt evenwel ook
dan het lidw. in 't Engelsch dikwijls weggelaten: Little*
Bich reached him a chair, de kleine Kichard gaf hem een
* Little, small.
Little has regard to the proportion, and is oftener applied me-
taphorically :
What a nice little book!
There is a little present for you.
He shows little wisdom.
-There, my little friend.
A little town, snug; a small town, contemptnons.
A little man.
Little may be an adverb:
He is littU changed.
Small implies a deficiency, a want of respectability:
That room is too small for me.
He borrowed a small sum of money.
A small quantity, portion.
A small politician.
A small work or production, containing little.