Boekgegevens
Titel: Nieuwe leerwijze der Engelsche taal
Deel: Tweede cursus
Auteur: Gerdes, E.
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen, 1856
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 580 : 1e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205055
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe leerwijze der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
70
L. Ik moet nog mijnen hoed en stok krijgen.
H. Neem ook uwe boeken mede, want wij kunnen
ons vacantiewerk bij neef August maken.
L. Goed, ik zal alles mede nemen.
H. Nu zijn wij gereed; laat ons gaan.
L. Door welke poort zullen wij uitgaan?
H. Door de M. poort.
L. Woont uw oom ver van hier?
H. Hij woont slechts een half uur van de stad.
L. Moeten wij gindschen molen voorbij?
H. fla, en dan die brug over.
20.
Vervolg.
H. Welk heerlijk weder is het!
L. Inderdaad, het is schoon weder. Hoe vele bloemen
bloeijen daar op het veld!
H. Welk een schoone eikenboom! Hoe groen zijn die
weiden.
L. Aan wien behoort die fraaije buitenplaats, welke wij
daar aan onze linkerhand zien?
H. Dat is geene buitenplaats; het is de suikerfabriek
van den heer S.
L. Zoo, woont daar de heer S? Ik heb hem dik-
wijls bij mijnen vader gezien.
H. Hij is, geloof ik, nog jong, maar hij moet door
vlijt en spaarzaamheid in korten tijd zeer rijk geworden zijn.
L. Ik wenschte ook wel eens zulk een suikerfabriek te
bezitten.
H, Welligt wenscht gij het slechts om rijk te worden,
niet waar ? t Doch indien men maar wil, kan men door
vlijt en goed gedrag in alle zaken vooruitkomen.