Boekgegevens
Titel: Nieuwe leerwijze der Engelsche taal
Deel: Tweede cursus
Auteur: Gerdes, E.
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen, 1856
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 580 : 1e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205055
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe leerwijze der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
sped. gehaast. I strove , ik streefde.
i spend, ik breng door. striven , gestreefd.
I spent. ik bragt door. I strew, ik strooi.
spent, doorgebragt. I strewed. ik strooide.
I spill. ik vergiet. *strown, gestrooid.
I spilt*, ik vergoot. 1 swear, ik zweer.
spilt*, vergoten. I swore, ik zwoer.
I spin. ik spin. sioorn, gezworen.
I spun, span , ik spon. I sweep, ik veeg.
spun, gesponnen. I swept, ik veegde.
T spit. ik spuw. swept, geveegd.
I spit, spat, , ik spuwde. I sivell, ik zwel op.
spit, spitten. gespuwd. I sv:elled. ik zwol op.
I split, ik splijt, spleet. * swollen, opgezwollen.
I split. gespleten. T stvim, ik zwem.
I spread. ik breid uit, breidde I swam, ik zwom.
uit. swum, gezwommen.
spread. uitgebreid. I sicing, ik zwaai.
I spring, ik ontspring. I swung, ik zwaaide.
I sprung, sprang, ik ontsprong. swung, gezwaaid.
sprung, ontsprongen. I take. ik neem.
J stand, ik sta. I took, ik nam.
r stood. ik stond. taken, genomen.
sfood, gestaan. I teach. ik onderwijs.
I steal. ik steel. I taught, ik onderwees.
ƒ stole. ik stal. taught, onderwezen.
stolen, gestolen. I tear, ik verscheur.
ƒ stick. ik steek. I tore. ik verscheurde.
I stuck. ik stak. torn, verscheurd.
stuck, gesloken. I tell. ik zeg.
/ sting. ik steek. I told. ik zeide.
I stung, ik stak. told. gezegd.
stung. gestoken. I think. ik denk.
I stink. ik stink. I taught. ik dacht.
T stunk, ik stonk. tought, gedacht.
stunk, gestonken. I thrive, ik vorder.
I stride. ik stap. I throve, ik vorderde.
I strode. ik stapte. thriven, gevorderd.
stridden, gestapt. I throw. ik werp.
I strike, ik sla. I threw, ik wierp.
I struck, ik sloeg. thrown, geworpen.
struck, geslagen. I thrust. ik stoot, stiet.
I string, ik wond op. thrust, gestooten.
I strung, ik wond op. I tread. ik treed.
strung, opgewonden. I trod, ik trad.
I strive. ik streef. trodden, getreden.