Boekgegevens
Titel: Nieuwe leerwijze der Engelsche taal
Deel: Tweede cursus
Auteur: Gerdes, E.
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen, 1856
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 580 : 1e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205055
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe leerwijze der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
m
34
I see, ik zie. shrunk , geweken.
I saw, ik zag. I shrive, ik biecht.
seen , gezien. I shrove. ik biechtte.
I seek y ik zoek. shriven, gebiecht.
I sought. ik zocht. I shut, ik sluit, sloou
sought, gezocht. shut. gesloten.
I sell, ik verkoop. I sing, ik zing.
r sold, ik verkocht. I sang, sung , ik zong.
sold, verkocht. sung, gezongen.
1 send, ik zend. I sink , ik zink.
I sent. ik zond. I sunk, sank ,ik zonk.
sent. gezonden. sunk, gezonken.
I set. ik zet, ik zette. I sit, ik zit.
set, gezeten. I sat, ik zat.
I shake, ik schud. sat. gezeten.
T shook , ik schudde. T slay, ik sla dood.
shaken, geschud. I slew, ik sloeg dood.
I shall, ik zal. slain, dood geslagen.
I should. ik zoude. I sleep, ik slaap.
I shave, ik scheer. I slept, ik sliep.
I shaved , ik schoor. slept. geslapen.
shaved, geschoren. I slide. ik glijd.
I shear, ik scheer, snijd af. I slid. ik gleed.
I shore, ik schoor. slidden, gegleden.
shorn , geschoren. I sling, ik slinger.
I shed, ik vergiet, vergoot. I slung, ik slingerde.
shed. vergoten. slung, geslingerd.
I shine, ik schijn. I slink. ik sluip.
I shone*. ik scheen. I slunk. ik sloop.
shone , geschenen. slunk, geslopen.
I shovj, ) Z slit. ik splijt, spleet.
I shew, 5 ik luuil. slit, gespleten.
T shoiced, ) I smell, ik riek.
I shewed, ) ik toonde. I smelt, ik rook.
shown, ) smelt, geroken.
shewn, ) getoona. I smite, ik sla.
I shoe , ik besla. I smote, ik sloeg.
I shod. ik besloeg. smit, smitten. geslagen.
shod, beslagen. I sow, ik zaai.
T shoot. ik schiet. I sowed, ik zaaide.
I shot, ik schoot. sown*. gezaaid.
shot, geschoten. I speak, ik spreek.
I shred, ik snijd, sneed klein. I spoke, ik sprak.
shred, klein gesneden. spoken, gesproken.
I shrink. ik -wijk. I speed. ik haast mij.
I shrunk, shrank, ik week. I sped, ik haastte mij.