Boekgegevens
Titel: Nieuwe leerwijze der Engelsche taal
Deel: Tweede cursus
Auteur: Gerdes, E.
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen, 1856
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 580 : 1e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205055
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe leerwijze der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
I feel. ik voel. ƒ gave, ik gaf.
I felt, ik voelde. given, gegeven.
felt. gevoeld. I go, ik ga.
I fight. ik vecht. I went. ik ging.
I fought, ik vocht. gone, I grave, gegaan.
fought, gevochten. ik graaf.
I find. ik vind. I graved, ik groef»
I found, ik vond. graven. gegraven.
found. gevonden. J grind. ik maal.
I flee. ik vlied. I ground. ik maalde.
I fled, ik vlood. ground. gemalen.
fled. gevloden. I grow. ik groei, word.
I fling. ik werp. I grew, ik groeide.
I flung. ik wierp. grown, gegroeid.
flung. geworpen. I hang, ik hang op.
rfl!h ik vliegv I hung, ik hing op.
I flew. ik vloog. hung*. opgehangen.
flown. gevlogen. 1 have. ik heb.
I forbear, ik vermijd. I had, ik had.
1 forbore , ik vermeed. had. gehad.
forborn , vermeden. I hear^ ik hoor.
I forbid. ik verbied. I heard. ik hoorde.
I forbade, ik verbood. heard, gehoord.
forbidden, verboden. I hev), ik hak, houw.
ƒ forget. ik vergeet. I hewed. ik hakte.
J Jorgot, ik vergat. hewn, gehakt.
forgotten, vergeten. ƒ hide, ik verberg.
I forgive, ik vergeef. I hid. ik verborg.
I forgave, ik vergaf. hid, hidden, verborgen.
forgiven, vergeven. I hit. ik tref, trof.
I forsake. ik verlaat. hit. getrotfen.
I forsook, ik verliet. I hold. ik houd.
forsaken, verlaten. I held, ik hield.
it freezes, het vriest. held. gehouden.
it froze, het vroor. I hurt. ik bezeer, bezeerde
Jrozen, gevroren. hurt. bezeerd.
I get. ik verkrijg. I keep, ik houd.
I got. ik verkreeg. I kept. ik hield.
got, gotten, verkregen. kept. gehouden.
I gild. ik verguld. ƒ kneel. ik kniel.
/ *gilt,. ik verguldde. I knell*. ik knielde.
*gilt, verguld. knelt*. geknield.
I gird, ik gord aan. I knit. ik brei.
I *girt, ik gordde aan. I *knit. ik breide.
*girt. aangegord. knit, gebreid.
4 give, ik geef. [ know. ik ken, weet.