Boekgegevens
Titel: Nieuwe leerwijze der Engelsche taal
Deel: Tweede cursus
Auteur: Gerdes, E.
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen, 1856
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 580 : 1e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205055
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe leerwijze der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
I blow t ik blaas. / come. ik kom.
I blew. ik blies. ƒ came. ik kwam.
bloion, geblazen. come. gekomen.
I break y ik breek. 1 cost. ik kost, kostte.
I broke J ik brak. cost. gekost.
broken, gebroken. I creep , ik kruip.
I breed, ik voed op. I crept. ik kroop.
I bred, ik voedde op. crept, gekropen.
bred. opgevoed. ƒ crow, ik kraai.
I bring , ik breng. I *crew, ik kraaide.
ƒ brought, ik bragt. crowed, gekraaid.
brought , gebragt. I cut. ik snijd, ik sneed.
I build, ik bouw. cut, gesneden.
I built. ik bouwde. I dare. ik durf, mag.
built, gebouwd. I * durst, ik durfde.
I burn, ik brand. dared, gedurfd.
1 *bumt. ik brandde. / deal. ik handel.
*burnt, gebrand. I dealt. ik handelde.
I burst, ik barst, barstte. dmlt*, gehandeld.
burst f geborsten. I dig. ik graaf.
I buy, ik koop. I dug*, ik groef.
I bought. ik kocht. dug*. gegraven.
bought , gekocht. ƒ do, ik doe.
I can, ik Ican. I did. ik deed.
I could. ik konde. done, gedaan.
been able, gekunnen. I draw. ik trek, teeken.
I cast , ik werp, wierp. I drew, ik trok.
cast. geworpen. drawn, getrokken.
I catch, ik vang. I drink, ik drink.
I caught. ik ving. ƒ drank. ik dronk.
caught , gevangen. drunk, gedronken.
I chide, ik berisp. I drive, ik drijf.
I chid, ik berispte. I drove, ik dreef.
chid, chidden , berispt. driven, gedreven.
I choose , ik kies. I dwell. ik woon.
I chose, ik koos. I * dwelt. ik woonde.
chosen, gekozen. * dwelt. gewoond.
I cleave. ik kloof. / eat. ik eet.
I cleft. ik kloofde. I eat, ate, ik at.
cleft, cloven. gekloofd. eaten, eat. gegeten.
1 cling. ik kleef. I fall. ik val.
I clung, ik kleefde. I fell. ik viel.
clung, gekleefd. fallen, gevallen.
I clothe , I clothed, ik kleed. I feed. ik voed.
ik kleedde. Ifid, ik voedde.
clothed, gekleed. fid. gevoed.