Boekgegevens
Titel: Nieuwe leerwijze der Engelsche taal
Deel: Tweede cursus
Auteur: Gerdes, E.
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen, 1856
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 580 : 1e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205055
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe leerwijze der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
191
biz, 136. Caused ,... io he fitted, liet ..., uitrusten, husband,
echtgenoot, surrender, overgeven, delay, uitstel, uitvlugt. safely,
in veiligheid, threat, bedreiging, yon, ginds, yonder, daar, inde
verte, to pull down, nederstorten, to incense, verbitterd, vertoornd
zijn. to attempt, beproeven, ruins, puinhoopen. confessor, belijder.
to recover, terug krijgen, petition, verzoek.
biz. 137. Tired, wars, warrior, krijgsman, he shut, hij sloot.
to boast, pralen, encamped, gelegerd, bough, tak. was moving, in
aantogt was. liar, leugenaar, appearance, schijn, destruction, on-
dergang. too, ook. to be disheartened, den moed verliezen,
biz, 138. To recollect, verzamelen, bravery, dapperen, to sally,
een uitval doen. in the thick, in het digtste. to reward, beloonen.
vanguard, voorhoede, coronation, krooning. to create, scheppen, in
het leven roepen, to adopt, aannemen.
11. biz. 138. To ponder, overwegen, nadenken, doleful, treurig,
account, naam. to surmount, overtrefiFen. estate, stand.
biz. 139. Babe, klein kind, wichtje, mould, vorm. to control,
wederleggen, beperken, chance to die, mogten sterven, to stay, blijven.
biz. 140. Quoth, zeide. to deal, handelen, aught, iets. strait,
regelregt.
biz. 141. To bargain, handelen, ruffian, roover. mood, gemoeds-
gesteldheid. to slay, dooden. artful tale, verzinsel, tide, wisseling.
merry, vrolijk, to prattle, babbelen, to work decay, afsnijden, to
relent, verzachten, bedaren, bewegen, to do voio, zweeren. to agree,
instemmen, to strife, twisten.
biz. 142. Unfrequented, onbezocht, to quake, sidderen, straitway,
regtuit. blackberry, braambes, dyed, geverwd. darksome, duister.
due relief, noodigen bijstand, bunal, begrafenis, wrath, toorn,
wraak.
biz. 143. Yea, ja. fiend, vijand, to haunt, belegeren, dikwijls
bezoeken, barn, schuur, were fir'd, verbrandden, consumed, verteer-
den. barren, dor, onvruchtbaar, cattle, vee, want, gebrek, to pawn,
verpanden, io mortgage, doen belasten (verpanden), mean, middel.
robbery, rooverij. to display, verklaren, jai^, kerker, executor, uit-
voerder van iemands laatsten wil. overseer, opzigter. eke, ook. to
requite, vergelden, straffen.
12. biz. 144. Rustling, geritsel, jungle, digte bosch. carbine,
geweer, projection, uitsteking, vooruitsprong, ball, kogel, rest, steun.
gun, geweer, hidden, verborgen, cap, pet. ^ peep, turen, cautiously,
voorzigtiglijk. to stoop, bukken, creek, beek, stroom, emaciated.