Boekgegevens
Titel: Nieuwe leerwijze der Engelsche taal
Deel: Tweede cursus
Auteur: Gerdes, E.
Uitgave: Amsterdam: P.N. van Kampen, 1856
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 580 : 1e dr. (dl. II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205055
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe leerwijze der Engelsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
195
maken, intercourse, gesprek, zamenkomst. disaffection, tegenzin.
suspicion, verdenking, to entreat, verzoeken, to repair, verschijnen.
maid of honour, eeredame. to stifle, verstikken, flap, pand, to
quench, uitblusschen. to operate, werken, to void, ledigen.
biz. H9. Size, grootte, beetle, tor. and so on, en zoo voort.
cabbage, kool. aslant, scheef, schuins, comer, hoek. waiVer, bediende.
sirloin, lendestuk. turkey, kalkoen, scanty, schraal, advisable, raad-
zaam. to dismiss, ontslaan.
biz. 120. To call at ones house, iemand bezoeken, instigation,
aanhitsing, chamberlain, kamerheer, great justiciary, opperregter.
impeachment, aanklagt. treason, verraad, in defiance, in weerwil.
pretence, voorwendsel, maliciously, boosaardig, traitorously, verra-
derlijk. verbal, mondeling, to abet, opstoken, helpen, to stand to
trial, voor het geregt verschijnen, to subdue, onderwerpen, to pelt,
werpen, heaved anchor, ligtte het anker, io strip, uitkleeden.
biz. 121. Port, haven, reception, ontvangst, suitable, overeen-
komstig. league, mijl. overturned, omgekeerd, tide, getij, ashore,
strand waart s. envoy, gezantschap, lenity, goedheid , zachtheid, cul-
prit, misdadiger, loss, verlies, incumbrance, last.
biz. 122. To quilt together, aan elkander naaijen. io twist,
draaijen. oar, roer. tallow, vet, talk, io greas, met vet besmeren.
full-length, ten voete uit. carcase, lijk. bull, stier, alive, levend.
ewe, ooi. io equip, uitrusten, to descry, ontdekken, lee-side, lij-
zijde. to steer, wenden, antient, vlag. live-stock, levensvoorraad.
cargo, lading, merchantman, koopvaardijschip, wit, verstand, vera-
city, waarheid, remainder, rest, downs, duinen (zandheuvels vooral
aan de kust van Kent).
7. blz. 123. Hark, hoor. sullen, grommig, boos. foaming,
schuimende, to brave, trotseren, yonder, gindsch. speek, vlekje.
biüows tost, slingering, spel der baren, inmates" cry, geroep, stem
des harten, sad, treurig, io defy, trotseren, uitdagen, poit-cr, magt.
8. blz. 124. Burden, last. sagacity, schranderheid, playful,
speelziek, gambol, kromme, snaaksche sprong, frolic, dartelheid.
exuberance, overmaat, antic, kluchten, instance, voorbeeld, occured,
viel voor. outskirts, omstreken, tremendous, vreesselijk. nocturnal,
nachtelijk, ditch, sloot, trench, gracht, /o con;cc^urc, vermoeden,
begrijpen, to contrive, bewerkstelligen, marvel, wonder, edge, rand.
io indent, indrukken, insnijden, failure, mislukking, io hoist,
hijschen.
9. blz, 125. Clod, aardkluit, showers, regcnbuijen. sore, zeer.